Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De zaak in het kort
4.Ten aanzien van het eerdere verloop van de onderhavige zaak
5.Het geschil in de hoofdzaak
in conventie
€ 10.617,50;
6.De beoordeling
in conventie
MA/Ibercaja Banco(zaak C-600/19), ECLI:EU:C:2022:394. In deze zaak waren door een Spaanse rechter prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ EU over de uitleg van enkele bepalingen van
Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenzaken. Die prejudiciële vragen waren gerezen in een Spaanse hypothecaire executieprocedure.