ECLI:NL:RBROT:2025:9000

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 juli 2025
Publicatiedatum
23 juli 2025
Zaaknummer
11354781 CV EXPL 24-25781
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 RvArt. 246 RvArt. 233 RvArt. 6:119 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering Hoist Finance en proceskostenveroordeling

Hoist Finance AB heeft een vordering ingediend tegen drie gedaagden voor betaling van een geldbedrag en rente. Tijdens de procedure heeft Hoist aangegeven de zaak te willen beëindigen en verzocht om doorhaling van de zaak op de rol.

De gedaagden stemden in met doorhaling onder de voorwaarde dat Hoist de proceskosten zou betalen. De kantonrechter oordeelde dat doorhaling slechts mogelijk is bij instemming van beide partijen, wat hier niet het geval was. Daarom werd de vordering van Hoist afgewezen.

Hoist werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de gedaagden, begroot op €744,- plus wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.

Uitkomst: De vordering van Hoist Finance wordt afgewezen en Hoist wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de gedaagden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11354781 CV EXPL 24-25781
datum uitspraak: 4 juli 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Hoist Finance AB,
vestigingsplaats: Stockholm (Zweden),
eiseres,
gemachtigde: M.P.A. Roelands,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

vestigingsplaats: [plaats] ,
2. [gedaagde 2],
woonplaats: [plaats] ,
3. [gedaagde 3],
woonplaats: [plaats]
gedaagden,
gemachtigde: mr. F. Özer.
De partijen worden hierna ‘Hoist’ en ‘ [gedaagde c.s.] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 27 september 2024, met bijlagen;
  • de aantekeningen van het mondelinge antwoord op 22 oktober 2024;
  • het antwoord;
  • de brief van 13 januari 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
  • de e-mail van Hoist van 19 mei 2025, waarin zij vraagt om doorhaling van de zaak op de rol;
  • de akte van [gedaagde c.s.] ;
  • de akte van Hoist.

2.De beoordeling

De eis van Hoist wordt afgewezen
2.1.
Hoist eist in de dagvaarding dat [gedaagde c.s.] zou worden veroordeeld om
€ 12.078,67, met de rente over € 6.033,84, aan haar te betalen. In haar e-mail van 19 mei 2025 heeft Hoist de kantonrechter echter bericht dat zij de procedure wil beëindigen en heeft zij gevraagd om de zaak door te halen op de rol.
2.2.
In reactie op het verzoek van Hoist hebben [gedaagde c.s.] medegedeeld dat zij kunnen instemmen met doorhaling van de procedure, als Hoist wordt veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde c.s.]
2.3.
De kantonrechter kan de zaak alleen doorhalen als beide partijen dat vragen (artikel 246 Rv Pro). Omdat hier sprake is van een eenzijdig verzoek (van Hoist) en [gedaagde c.s.] daarmee slechts onder bepaalde voorwaarden akkoord gaan, kan de kantonrechter niet aan het verzoek van Hoist voldoen. Het afzien van Hoist om verder te procederen wordt zo begrepen dat zij haar eis niet langer handhaaft. De eis van Hoist wordt daarom afgewezen.
Hoist moet de proceskosten van [gedaagde c.s.] betalen
2.4.
De proceskosten komen voor rekening van Hoist, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die Hoist aan [gedaagde c.s.] moet betalen op € 609,- aan salaris voor de gemachtigde (1,5 punten x € 406,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 744,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen. Voor het verschijnen op de rolzitting van 22 oktober 2024 wordt geen afzonderlijke vergoeding aan [gedaagde c.s.] toegekend. Zij hebben immers daarna op hun eigen verzoek nog gelegenheid gehad een schriftelijk antwoord in te dienen, van welke gelegenheid zij ook gebruik hebben gemaakt. Voor dat schriftelijke antwoord is aan [gedaagde c.s.] al een punt gemachtigdensalaris toegekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [gedaagde c.s.] dat eisen en Hoist daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de eis van Hoist af;;
3.2.
veroordeelt Hoist in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde c.s.] worden begroot op € 744,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
44487