Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- de heer [verzoeker] , verzoeker;
- mevrouw [persoon A] , schuldhulpverlener;
- mevrouw [persoon B] , begeleider van het wijkteam.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft op 25 maart 2025 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft op 16 juli 2025 uitspraak gedaan en het verzoek afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker schulden heeft gemaakt die duiden op overbesteding, waarbij hij wist of had moeten weten dat hij deze niet kon betalen. Dit leidt tot het oordeel dat de schulden niet te goeder trouw zijn ontstaan. Daarnaast is onvoldoende aannemelijk dat verzoeker de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen, mede omdat hij geen medische diagnose heeft die zijn belemmering bevestigt en hij zelf aangeeft nog niet volledig controle te hebben over het maken van nieuwe schulden.
Hoewel verzoeker recent hulp heeft gezocht bij schuldhulpverlening en Parnassia, acht de rechtbank deze ontwikkelingen onvoldoende bestendig om nu toelating te rechtvaardigen. Verzoeker wordt gewezen op de mogelijkheid om een minnelijk voorstel aan schuldeisers te doen en later opnieuw een verzoek in te dienen wanneer hij kan aantonen dat hij aan de verplichtingen kan voldoen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens ontbreken van goede trouw en onvoldoende aannemelijkheid dat verplichtingen worden nagekomen.