Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zes schuldeisers, waarbij een preferente en vijf concurrente schuldeisers betrokken zijn, met een totaalvordering van bijna €1,94 miljoen. De regeling voorziet in een eenmalige betaling van een klein percentage van de vorderingen, mede gefinancierd door een bedrag van €35.000,- ter beschikking gesteld door de partner van verzoeker. Vier schuldeisers stemden in met het akkoord, maar één schuldeiser, [persoon A], met een vordering van €350.000,- (18,21% van de schuldenlast), weigerde.
De rechtbank overweegt dat het belang van de schuldeiser bij volledige betaling erkend wordt, maar dat het aangeboden akkoord het uiterste is wat verzoeker kan bieden. De regeling is getoetst door een onafhankelijke partij en is beter voor de schuldeisers dan een wettelijke schuldsaneringsregeling, die hogere kosten met zich meebrengt en minder oplevert. De beslagen van de schuldeiser op panden die inmiddels aan de partner van verzoeker zijn overgedragen, wegen niet zwaar omdat de schuldeiser deze al elf jaar niet heeft benut.
Daarom oordeelt de rechtbank dat de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming kon komen en beveelt hem om in te stemmen met het akkoord. Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen. De schuldeiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil zijn omdat geen griffierecht verschuldigd is en verzoeker niet door advocaat is bijgestaan.