Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser 1] ,
de burgemeester van de [gemeente]
[derde partij]( de Vishandel ) uit [plaats] ,
Rechtbank Rotterdam
De burgemeester van de gemeente heeft op 20 juli 2022 een alcoholvergunning verleend aan de Vishandel, gevestigd in een pand dat is omgebouwd tot horecalocatie. Eisers, waaronder de burgemeester en een inwoner van de gemeente, hebben bezwaar gemaakt tegen deze vergunning, stellende dat niet voldaan wordt aan de eis van een besloten ruimte vanwege het ontbreken van een scheidingsconstructie.
De burgemeester heeft het bezwaar ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd, waarbij is gesteld dat de tijdelijke verwijdering van de scheidingswand onvoldoende is om de vergunning te herroepen, omdat de wand na de hoorzitting weer is teruggeplaatst. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld aan de hand van de Alcoholwet.
De rechtbank concludeert dat de regels waar eisers zich op beroepen, met name over de afscheidingsconstructie en besloten ruimte, niet zijn gesteld ter bescherming van hun belangen, maar bedoeld zijn om drempels op te werpen voor de aanschaf van alcoholhoudende dranken. Het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb staat een inhoudelijke beoordeling van het beroep in de weg, waardoor het beroep ongegrond wordt verklaard.
De rechtbank wijst het beroep af en ziet geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter A. Dingemanse op 23 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlening van de alcoholvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.