Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- de heer [verzoeker] , verzoeker;
- mevrouw [persoon A] , begeleider van verzoeker.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft op 8 april 2025 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de procedure bleek dat verzoeker een aanzienlijke schuldenlast heeft, waaronder verkeersboetes en schulden die duiden op overbesteding. Daarnaast heeft verzoeker een onderneming die niet is uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel en wil hij deze voortzetten.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet te goeder trouw is geweest bij het ontstaan van zijn schulden, mede omdat hij schulden heeft gemaakt waarvan hij wist of had moeten begrijpen dat hij deze niet kon betalen. Ook is niet aannemelijk dat verzoeker de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen of zich zal inspannen om baten voor de boedel te verwerven.
Verder is vastgesteld dat verzoeker geen saneringsgezinde houding heeft getoond en nog niet saneringsrijp is. Om deze redenen wijst de rechtbank het verzoek af. De uitspraak is gedaan door rechter E.A. Vroom op 16 juli 2025. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende aannemelijkheid dat verplichtingen worden nagekomen.