In deze civiele zaak vordert eiseres, een vennootschap waarvan zij indirect enig aandeelhouder en bestuurder is, de terugbetaling van een lening van €27.000,- waarvan nog €19.591,- openstaat. Gedaagde betwist dat de lening aan de vennootschap is verstrekt en stelt een tegeneis in voor onbetaalde facturen.
De kantonrechter oordeelt dat vaststaat dat gedaagde de lening heeft ontvangen en dat de terugbetaling aan eiseres moet plaatsvinden. De betwisting van gedaagde over verrekening met gewerkte uren wordt gepasseerd wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid. De vordering tot betaling van het restant van de lening wordt toegewezen met incassokosten en proceskosten.
Voor de tegeneis betreffende onbetaalde facturen krijgt gedaagde een bewijsopdracht om aan te tonen dat de uren op de facturen daadwerkelijk zijn gewerkt. Verdere bewijslevering en beoordeling worden aangehouden. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.