Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
2. [gedaagde 2] ,
3. [gedaagde 3] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 december 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de repliek, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres kocht op 31 december 2022 een bed met toebehoren van een inmiddels ontbonden vennootschap waarvan gedaagden vennoten waren. Zij stelde dat het bed gebreken vertoonde en dat bij montage schade aan haar wand was ontstaan. Daarom vernietigde zij de koopovereenkomst primair wegens dwaling, subsidiair ontbinding of partieel ontbinding, en vorderde terugbetaling van de aankoopsom plus rente en het ophalen van de producten.
Gedaagden betwistten de gebreken, stelden dat de schade aan de wand door de verzekering was vergoed, verwezen naar een vaststellingsovereenkomst en betoogden dat het een aannemingsovereenkomst betrof waarvan het werk was opgeleverd. Eiseres ontkende het bestaan van een vaststellingsovereenkomst en hield vol dat het een koopovereenkomst betrof.
De kantonrechter stelde vast dat gedaagden niet op de repliek hadden gereageerd, waardoor de door eiseres gestelde feiten als vaststaan werden aangenomen. Gezien de gebreken en de vernietiging van de overeenkomst veroordeelde de kantonrechter gedaagden tot betaling van €7.638,07 plus incassokosten en rente, en tot het ophalen van de producten. Tevens werden de proceskosten aan gedaagden opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot terugbetaling van €8.553,92 met rente en het ophalen van het bed en toebehoren.