ECLI:NL:RBROT:2025:9101

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 juli 2025
Publicatiedatum
24 juli 2025
Zaaknummer
ROT 25/4772
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • M.G.L. de Vette
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:4 AwbArt. 8:71 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd inzake voorlopige voorziening tegen dwangbevel

In deze zaak verzocht verzoekster de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen een dwangbevel uitgevaardigd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het dwangbevel was opgelegd vanwege het niet betalen van een bestuurlijke boete.

De voorzieningenrechter stelde vast dat op grond van artikel 8:4, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen beroep kan worden ingesteld tegen een dwangbevel. Dit betekent dat de bestuursrechter niet bevoegd is om in deze zaak te oordelen, ook al is verzoekster het niet eens met de boete zelf.

Daarom verklaarde de voorzieningenrechter zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek en bepaalde dat in dit geschil uitsluitend een vordering kan worden ingesteld bij de burgerlijke rechter. Er werd geen griffierecht geheven en er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de burgerlijke rechter.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/4772

uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 juli 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: [persoon A] ),
en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoekster om een voorlopige voorziening tegen een dwangbevel.
2. Omdat de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is om op het verzoek te beslissen, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek is gericht tegen een dwangbevel van de minister van 20 november 2024. De minister heeft het dwangbevel uitgevaardigd, omdat verzoeker een hem opgelegde bestuurlijke boete niet had betaald.
4. Op grond van artikel 8:4, eerste lid, onder b, van de Awb kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit inhoudende een dwangbevel. Dat verzoeker het niet eens is met de opgelegde boete maakt dat niet anders. Hiertegen heeft de mogelijkheid van bezwaar en beroep opengestaan.
5. Omdat op grond van artikel 8:4 van Pro de Awb geen beroep tegen het dwangbevel kan worden ingesteld, kan de bestuursrechter niet bevoegd worden in de hoofzaak [1] . De voorzieningenrechter zal zich dan ook onbevoegd verklaren.
6. Gelet op artikel 8:71 van Pro de Awb zal de voorzieningenrechter bepalen dat in dit geschil uitsluitend een vordering kan worden ingesteld bij de burgerlijke rechter.
7. Omdat er geen griffierecht is geheven, bestaat er geen aanleiding om te bepalen dat de griffier het griffierecht terugbetaalt.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen;
  • bepaalt dat uitsluitend een vordering kan worden ingesteld bij de burgerlijke rechter.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.G.L. de Vette, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.In de zin van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb