Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven vanwege ernstige mishandeling tussen 1994 en 2014 door haar ouders, met blijvend psychisch letsel. De Commissie kende haar een uitkering toe van €5.000, passend bij letselcategorie 3 van de Letsellijst.
Eiseres maakte bezwaar tegen de hoogte van de uitkering en stelde dat zij in aanmerking zou moeten komen voor een hogere categorie 4, vanwege blijvend letsel en PTSS-klachten die langdurige behandeling vereisen. De Commissie verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde het besluit.
De rechtbank toetste het besluit terughoudend en oordeelde dat de Commissie zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de letselcategorie 3 passend was. De medische informatie toonde geen langdurige tijdelijke afhankelijkheid in de algemene dagelijkse levensverrichtingen aan, zoals vereist voor categorie 4.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, bevestigde de uitkering van €5.000 en wees het verzoek om vergoeding van griffierecht en proceskosten af.