Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Vordering
2.Feiten
[geboorteplaats 4] :
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 24 juli 2025 de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke PIJ-maatregel die op 31 mei 2024 was opgelegd aan de veroordeelde, geboren in 2008. De maatregel was voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, gekoppeld aan diverse bijzondere voorwaarden waaronder begeleid wonen, behandeling, avondklok en contactverbod met medeverdachten.
Uit een rapport van de jeugdreclassering van mei 2025 bleek dat de veroordeelde zich niet aan meerdere voorwaarden hield, zoals het naleven van schoolregels, het behouden van dagbesteding en het volgen van begeleid wonen. Ondanks waarschuwingen en gesprekken bleef de veroordeelde de regels overtreden, wat leidde tot uitschrijving van school en beëindiging van het traject bij de woonvoorziening.
De officier van justitie vorderde daarom de tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel, omdat het ambulante kader ontoereikend bleek en de veroordeelde een plek met intensievere zorg nodig heeft. De verdediging betoogde dat de maatregel niet ten uitvoer mag worden gelegd zolang er geen passende klinische plek is en vroeg om aanhouding.
De rechtbank oordeelde dat de overtredingen voldoende zijn vastgesteld en dat tenuitvoerlegging proportioneel en subsidiair is, omdat geen passend minder ingrijpend alternatief beschikbaar is. De rechtbank wees het aanhoudingsverzoek af en gelastte de tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel, met het oog op de best mogelijke ontwikkeling van de veroordeelde.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke PIJ-maatregel toe wegens overtreding van de voorwaarden.