Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoekster van 23 juni 2025, met bijlagen;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 30 juni 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in kantonzaken, stellende dat de rechter vooringenomen is vanwege het gelijktijdig plannen van mondelinge behandelingen van twee hoofdzaken en het niet toewijzen van een herstelvonnis in een andere zaak.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter slechts gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Procesbeslissingen, zoals het gelijktijdig plannen van zaken, kunnen geen grond voor wraking vormen. De motivering van de rechter werd niet als blijk van vooringenomenheid gezien.
De kamer constateerde feitelijke overlap tussen de hoofdzaken en vond het begrijpelijk dat de rechter deze gelijktijdig wilde behandelen, mede uit efficiencyoverwegingen en om de behandeling te bespoedigen.
Ook het niet toewijzen van een herstelvonnis in een andere zaak kon geen grond voor wraking zijn. Er was geen bewijs dat de rechter de wederpartij bevoordeelde of vooringenomen was.
De wrakingskamer wees het verzoek daarom af en benadrukte dat tegen deze beslissing geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.