ECLI:NL:RBROT:2025:9220

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 juni 2025
Publicatiedatum
28 juli 2025
Zaaknummer
C/10/688753 / JE RK 24-2393, C/10/691351 / JE RK 24-2710 en C/10/697684 / FA RK 25-2816
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarigen

Op 3 juni 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven in de zaken met betrekking tot de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarigen, [voornaam minderjarige 1], [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3]. De rechtbank heeft de ondertoezichtstelling van de minderjarigen verlengd tot 1 september 2025 en de machtiging tot uithuisplaatsing in een pleegzorgvoorziening, bij de grootouders, eveneens verlengd tot dezelfde datum. De zaken zijn behandeld door de meervoudige kamer van de rechtbank, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond betrokken waren. Tijdens de zitting waren de ouders, hun advocaten en vertegenwoordigers van de betrokken instanties aanwezig. De rechtbank heeft besloten om de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen, omdat de aanwezigheid van de GI noodzakelijk was voor de beoordeling van de verzoeken. De rechtbank heeft de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De schriftelijke uitwerking van de beschikking is vastgesteld op 16 juni 2025, en tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Meervoudige Kamer
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/688753 / JE RK 24-2393, C/10/691351 / JE RK 24-2710 en C/10/697684 / FA RK 25-2816
Datum uitspraak: 3 juni 2025
Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging van de ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
en de zaken van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] ,
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum 3] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 3] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. S. Kara, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam vader],
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat mr. M. Nentjes, kantoorhoudende te Rotterdam,
[grootmoeder] en [grootvader],
hierna te noemen: de grootouders vz, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. J.T.M. Sengers, kantoorhoudende te Rotterdam.
De rechtbank merkt, voor zover het niet de eigen verzoekschriften betreft, als belanghebbende aan: de GI.

1.Het (verdere) verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 4 december 2024 en de daaraan ten grondslag liggende stukken (zaaknummer
  • de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 30 januari 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken (zaaknummer
  • het verzoekschrift met bijlagen van de Raad, ontvangen op 10 april 2025 (zaaknummer
  • de negen producties namens de grootouders vz, ontvangen op 19 mei 2025;
  • één productie namens de grootouders vz, ontvangen op 20 mei 2025;
  • de e-mail van de vertrouwenspersoon van JeugdStem van 23 mei 2025;
  • de briefrapportage van de GI, ontvangen op 27 mei 2025;
  • het verweerschrift, tevens inhoudende zelfstandige verzoeken, namens de vader, ontvangen op 28 mei 2025;
  • de aanvullende rapportage van de Raad met bijlagen, ontvangen op 30 mei 2025;
  • de e-mail van de pleegouders aan de GI, namens de grootouders vz, ontvangen op 1 juni 2025;
  • het verweerschrift, tevens inhoudende zelfstandige verzoeken, met producties, namens de moeder, ontvangen op 2 juni 2025;
  • het proces-verbaal van 26 september 2024 inzake C/10/682061, namens de grootouders vz, ontvangen op 2 juni 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juni 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
  • de moeder met haar advocaat en diens stagiaire;
  • de grootmoeder vz met mr. R. Haze, waarnemend voor mr. J.T.M. Sengers;
- een vertegenwoordiger van de Raad, mw. [persoon A] .
1.3.
De rechtbank heeft bijzondere toegang verleend aan mw. [persoon B] vanuit Enver pleegzorg.
1.4.
De rechtbank heeft [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 3] heeft daarover een brief gestuurd. [voornaam minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de rechtbank.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] wonen bij de grootouders vz.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 december 2024 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verlengd tot 1 juli 2025. De beslissing werd voor het overig verzochte aangehouden.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij diezelfde beschikking van 4 december 2024 tevens de machtiging verlengd [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de grootouders vz, tot 1 juli 2025. De beslissing werd voor het overig verzochte aangehouden.
2.5.
Bij beschikking van 8 juli 2020 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank
een regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgelegd, inhoudende dat de moeder en de kinderen wekelijks op zaterdag omgang met elkaar hebben.
2.6.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 30 januari 2025 bovengenoemde zorgregeling gewijzigd en heeft als
voorlopigeregeling tussen de moeder en [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] bepaald:
- de eerstvolgende twee keren één keer in de maand op dinsdag van 16.00 uur tot 17.30 uur omgang, begeleid door de GI, dan wel door een door de GI passend geachte hulpverlener, op locatie van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond;
- bepaalt dat na deze twee maandelijkse bezoeken de begeleide omgang zoals hiervoor omschreven wordt uitgebreid naar één keer per drie weken;
- bepaalt dat deze regeling geldt zolang de kinderrechter geen nadere of definitieve (gewijzigde) verdeling van de zorg- en opvoedingstaken heeft bepaald.
De beslissing werd voor het overig verzochte aangehouden.
2.7.
De GI heeft zich bij brief van 31 maart 2025 bereid verklaard om de voogdij de aanvaarden.

3.De (aangehouden) verzoeken

Het verzoek met zaaknummer C/10/688753:
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Zoals hierboven onder 2.3. en 2.4 is vermeld, is reeds op een deel van het verzoek beslist. De ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing zijn verlengd voor de duur van zes maanden. Er moet nog worden beslist op de resterende duur van zes maanden.
Het verzoek met zaaknummer C/10/691351:
3.2.
De GI verzoekt op grond van artikel 1:265g, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) een omgangsregeling vast te stellen, in die zin dat er lx per maand op de dinsdag van 16:00-1 7:30 uur begeleid door Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond of Enver op locatie van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond omgang plaatsvindt met de moeder. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.3.
Voor het geval de kinderrechter het verzoek van de GI niet afwijst doet de moeder de volgende voorwaardelijke verzoeken:
I. Partijen te verwijzen naar het Uniforme Hulpaanbod (UHA) ten behoeve van een begeleid omgangstraject tussen moeder en de kinderen;
II. Een onafhankelijk deskundigenonderzoek te gelasten, waarbij onderzoek dient plaats te vinden bij de situatie bij grootouders thuis en onderzoek zal plaatsvinden naar het loyaliteitsconflict waarin de kinderen verkeren;
III. Een bijzondere curator te benoemen;
IV. Verdere beslissingen te nemen die Uw rechtbank in het belang van de kinderen acht.
3.4.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 30 januari 2025 een voorlopige zorgregeling vastgesteld, zoals onder 2.6 omschreven en het verzoek voor een definitieve zorgregeling en een beslissing op al het overig (voorwaardelijk) verzochte aangehouden.
Het verzoek met zaaknummer C/10/697684:
3.5.
De Raad verzoekt het gezag van de vader en de moeder te beëindigen en de GI tot voogd(es) over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] te benoemen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het zelfstandige verzoek van de vader
3.6.
De vader verzoekt primair te bepalen dat het gezag van beide ouders wordt beëindigd, waarbij de voogdij bij de grootouders vz wordt belegd. Subsidiair verzoekt de vader dat het gezag van de moeder wordt beëindigd, zodat vader wordt belast met het eenhoofdig gezag over de kinderen.
Het zelfstandige verzoek van de moeder:
3.7.
De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat een zorgregeling zal plaatsvinden tussen de vrouw en de kinderen conform het voorstel van de vrouw zoals beschreven in randnummer 23 in het verweerschrift, althans een zorgregeling te bepalen die Uw rechtbank in het belang van de kinderen acht.
3.8.
De rechtbank begrijpt het verzoek zo dat de moeder verzoekt een zorgregeling vast te stellen van eens per drie weken, begeleid, gedurende 3 uur. De regeling kan bij positieve ontwikkeling worden uitgebreid naar 4 tot 4,5 uur, met ruimte voor activiteiten buiten de locatie. Bij voldoende veiligheid en vertrouwen kan gefaseerd worden toegewerkt naar onbegeleide momenten van 2 tot 2,5 uur en daarna een dagdeel doordeweeks en/of in het weekend.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank constateert dat de GI (mw. [persoon C] ) niet ter zitting is verschenen. Uit telefonisch contact tussen mr. S. Kara en de GI is gebleken dat mw. [persoon C] een auto-ongeluk heeft gehad. Omdat de verzoeken van de GI daardoor niet kunnen worden toegelicht en de aanwezigheid van de GI ook belangrijk is in verband met het nemen van een beslissing op het verzoek van de Raad en de zelfstandige verzoeken van de ouders, ziet de rechtbank aanleiding om een nieuwe zittingsdatum te bepalen, zodat de GI alsnog ter zitting aanwezig kan zijn.
4.2.
Alle aanwezige partijen hebben ter zitting aangegeven beschikbaar te zijn op de hierna te noemen nieuwe zittingsdatum.
4.3.
Nu de nieuwe zittingsdatum slechts één dag voor afloop van de huidige maatregelen is, zal de rechtbank, met instemming van de ter zitting aanwezige partijen, de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing verlengen voor de duur van twee maanden.
4.4.
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] tot 1 september 2025;
5.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de grootouders vz, tot 1 september 2025;
5.3.
verklaart deze beschikking tot dusver uitvoerbaar bij voorraad;
En alvorens verder te beslissen:
5.4.
houdt de behandeling van de verzoeken op al het overig (voorwaardelijk en zelfstandig) verzochte aan en roept de Raad, de GI, de belanghebbenden en hun advocaten op te verschijnen tijdens de zitting van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het
gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, op
30 juni 2025 om 11.00 uur, teneinde nader op de verzoeken te worden gehoord;
5.5.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI, de moeder, de vader, de grootmoeder vz, de grootvader vz, mr. S. Kara, mr. M. Nentjes en mr. J.T.M. Sengers;
5.6.
De zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. S. Jordaan, mr. A.L. Pöll en mr. Ü. Gümus kinderrechters.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2025, door mr. S. Jordaan, voorzitter tevens kinderrechter en mr. A.L Pöll en mr. Ü. Gümüs, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 16 juni 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.