In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 17 juni 2025 uitspraak gedaan over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, hierna te noemen [voornaam minderjarige]. De moeder van [voornaam minderjarige] heeft verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing op te heffen en haar dochter terug te plaatsen. De rechtbank heeft de verzoeken van de moeder afgewezen en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 5 september 2025. De rechtbank heeft vastgesteld dat [voornaam minderjarige] sinds oktober 2024 uit huis is geplaatst vanwege ernstige gedragsproblematiek en dat eerdere pogingen tot plaatsing in pleeggezinnen niet succesvol zijn geweest. De GI heeft een klinische opname bij Yulius voorgesteld, wat de rechtbank passend acht in het licht van de aanbevelingen van M4Care. De rechtbank heeft geconcludeerd dat een terugplaatsing naar de moeder op dit moment niet in het belang van [voornaam minderjarige] is, gezien de toegenomen problematiek en de noodzaak voor specialistische behandeling. De rechtbank heeft ook het verzoek van de moeder om vervanging van de GI afgewezen, omdat er geen bewijs is dat dit in het belang van [voornaam minderjarige] zou zijn. De rechtbank heeft benadrukt dat de samenwerking tussen de GI en de moeder niet in strijd is met de belangen van [voornaam minderjarige].