Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met producties 1-85 van de moeder, ontvangen op 14 maart 2025, ingeschreven onder zaaknummer C/10/696081;
- twee aanvullende bijlagen van de moeder, ontvangen op 14 maart 2025;
- het bericht van de GI van 25 maart 2025;
- zes aanvullende bijlagen over het spoedappel van de moeder bij het Gerechtshof Den Haag (die ieder ook bijlagen bevatten, te weten producties 99-112 van de moeder en bijlagen bij het verweerschrift van de GI van 9 mei 2025) namens de moeder, ontvangen op 14 mei 2025;
- het verweerschrift van de GI met 10 bijlagen, ontvangen op 14 mei 2025;
- de brief met bijlage namens de moeder, te weten de beschikking in de spoed-appelprocedure van 14 mei 2025, ontvangen op 14 mei 2025;
- de brief van mr. Nentjes, ontvangen op 14 mei 2025;
- de brief van mr. Nentjes, ontvangen op 20 mei 2025;
- het mondelinge verzoek van de GI van 21 mei 2025, gevolgd door het schriftelijke verzoekschrift van de GI met zes bijlagen, ontvangen op 22 mei 2025, ingeschreven onder zaaknummer C/10/700031;
- de spoedbeschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 21 mei 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken inzake C/10/700031;
- de brief van mr. Nentjes, ontvangen op 23 mei 2025;
- het eindverslag van het netwerkpleeggezin, namens de GI, ontvangen op 28 mei 2025;
- de e-mail van mr. Broekzitter-Nieuwland van 30 mei 2025;
- het aanvullend verzoekschrift van de moeder, tevens inhoudende zelfstandige verzoeken, met bijlagen (te weten producties 104-123), ontvangen op 30 mei 2025;
- het proces-verbaal van de zitting van 16 mei 2025;
- twee aanvullende stukken van de GI, ontvangen op 30 mei 2025;
- de pleitnotities van de GI, ter zitting overgelegd;
- de pleitnotities van mr. M. Nentjes, ter zitting overgelegd;
- het conceptonderzoeksverslag van M4care, ter zitting overgelegd door mr. M. Nentjes.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaten;
- de vader;
2.De feiten
3.De (aangehouden) verzoeken
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.