ECLI:NL:RBROT:2025:9244
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overname private schuld op grond van Wet hersteloperatie toeslagen
Eiseres, gedupeerde van de toeslagenaffaire, verzocht de minister om overname van verschillende private schulden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister wees dit verzoek af met het oordeel dat de schuld aan een schuldeiser niet in aanmerking komt voor overname vanwege twijfel over de rechtsgeldigheid en het moment van opeisbaarheid.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat de schuld voornamelijk bestaat uit huurtermijnen en boetes over een periode van ruim twee jaar, waarbij sprake is van een familierelatie tussen eiseres en de schuldeiser. Hierdoor is twijfel gerezen over de commerciële aard van de schuld. Bovendien is de schuld niet vastgelegd in een notariële akte, wat volgens de Wht vereist is voor schulden die niet uit de normale bedrijfsuitoefening voortkomen.
Daarnaast was onduidelijkheid over de factuurdatum en de opeisbaarheid van de schuld, die volgens de factuur pas in december 2023 zou zijn geworden, terwijl de Wht vereist dat de schuld voor 1 juni 2021 opeisbaar moet zijn. De rechtbank oordeelde dat de minister zich terecht en voldoende gemotiveerd op dit standpunt heeft gesteld en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat aan de voorwaarden voor overname is voldaan.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand, en eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft de schuld niet over te nemen.