Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding tevens houdende provisionele eis met 20 producties,
- de conclusie van antwoord in incident vordering tot provisionele voorziening met 6 producties.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele zaak vordert eiser een voorschot op schadevergoeding van de aansprakelijkheidsverzekeraar van zijn voormalige werkgever naar aanleiding van een bedrijfsongeval in 2012 waarbij hij letsel opliep. Eiser stelt dat hij volledig arbeidsongeschikt is en onderbouwt zijn schade met medische klachten en inkomensverlies. De verzekeraar voert verweer en betwist onder meer de ontvankelijkheid van de vordering omdat eiser de verzekerde niet in het geding heeft betrokken.
De rechtbank oordeelt dat eiser de werkgever als verzekerde tijdig in het geding moet roepen conform artikel 7:954 lid 6 BW Pro, om te waarborgen dat de verzekerde zijn belangen kan behartigen en gebonden is aan de uitspraak. Omdat eiser dit nog niet heeft gedaan, wordt hij ambtshalve in de gelegenheid gesteld dit alsnog te doen.
De rechtbank houdt verdere beslissing aan en bepaalt dat de zaak op 27 augustus 2025 zal worden voortgezet na de oproeping van de werkgever. Indien de werkgever verschijnt, krijgt deze twee weken om te reageren op het incident. Dit tussenvonnis voorkomt voortijdige uitspraak zonder dat alle relevante partijen zijn betrokken.
Uitkomst: Eiser wordt in de gelegenheid gesteld de werkgever in het geding te roepen; verdere beslissing wordt aangehouden.