Op 10 juli 2025 heeft de meervoudige strafkamer van de rechtbank Rotterdam ambtshalve beslist op grond van artikel 509a Sv dat verdachte niet in staat is haar belangen behoorlijk te behartigen. Verdachte weigerde gedurende het politieonderzoek, het verhoor bij de rechter-commissaris en de raadkamerzitting juridische bijstand van een advocaat.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de gedragingen van verdachte tijdens de zitting, waarbij zij onder meer langdurig stil bleef en 'bevroren' leek, en op de beschikbare dossierstukken. Er bestaat een vermoeden van een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap.
De rechtbank verklaarde daarom dat verdachte niet in staat is haar belangen behoorlijk te behartigen en gaf het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand opdracht om mr. R.J.E. Planken als raadsvrouw aan te wijzen, ondanks de uitdrukkelijke weigering van verdachte.
Deze beslissing werd ter terechtzitting genomen in aanwezigheid van verdachte en is ondertekend door de voorzitter en rechters van de meervoudige strafkamer en de griffier.