ECLI:NL:RBROT:2025:9320
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening maatschappelijke opvang Rotterdam wegens verwijzing naar Groningen
Verzoekster, die in november 2024 met twee jonge kinderen vanuit Frankrijk naar Nederland kwam, vroeg op 8 juli 2025 maatschappelijke opvang aan in Rotterdam. Het college wees dit verzoek af omdat uit onderzoek bleek dat Groningen, haar gemeente van herkomst, een grotere kans op een succesvol hulpverleningstraject biedt.
Verzoekster betwistte dit en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter nam aan dat er sprake is van een spoedeisend belang omdat verzoekster vermoedelijk dakloos is, maar oordeelde inhoudelijk dat het college terecht heeft verwezen naar Groningen. Verzoekster verbleef aanvankelijk bij haar vader in Groningen, haar kinderen zijn daar in een pleeggezin geplaatst, en hulpverlening in Groningen is beschikbaar.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen aanmerkelijk belang is om af te wijken van de verwijzing naar Groningen. Het college is bereid reiskosten te vergoeden en tijdelijke opvang te bieden indien nodig. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, zonder kostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot maatschappelijke opvang in Rotterdam wordt afgewezen vanwege verwijzing naar Groningen.