De rechtbank Rotterdam heeft op 11 juli 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte, die werd beschuldigd van meerdere strafbare feiten waaronder diefstal met braak, het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen, belediging van ambtenaren in functie en verduistering. De verdachte werd vrijgesproken van het ten laste gelegde bezit van inbrekersgereedschap wegens onvoldoende bewijs.
De bewezenverklaring berustte onder meer op verklaringen van de verdachte zelf, politieprocessen-verbaal en deskundigenrapporten. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het stelen van een gasslang en een fiets, het bezit van aanzienlijke hoeveelheden GHB en amfetamine, het beledigen van twee politieambtenaren met racistische uitlatingen en het verduisteren van een gevonden paspoort.
De rechtbank achtte de feiten ernstig en ondermijnend voor de openbare orde en veiligheid, mede gezien het recidiverende gedrag van de verdachte en de hoge kans op herhaling zoals gerapporteerd door de reclassering. Daarom werd een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar opgelegd, waarbij de duur van de voorlopige hechtenis niet in mindering werd gebracht. De gevorderde tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf werd afgewezen.