De Spraakfabriek B.V. vordert dat twee voormalige werknemers, die een eigen logopediepraktijk zijn gestart, worden veroordeeld wegens overtreding van het concurrentiebeding uit hun arbeidsovereenkomsten. De ex-werkneemsters hadden contact met een intern begeleidster over een Taaldag 2025, wat volgens de Spraakfabriek als acquisitie geldt en dus een overtreding van het concurrentiebeding.
De kantonrechter beoordeelt dat het concurrentiebeding een verbod inhoudt om binnen een jaar na beëindiging van het dienstverband binnen bepaalde vestigingsplaatsen werkzaam te zijn bij een concurrerend bedrijf. De ex-werkneemsters hadden in 2024 nog geen praktijk in Gorinchem, de vestiging werd pas in 2025 geopend. Bovendien is de Taaldag georganiseerd door de gemeente en een stichting, geen concurrerende onderneming.
Daarbij is het contact met de intern begeleidster niet te kwalificeren als overtreding van het concurrentiebeding, mede omdat de activiteit pas na de termijn van het beding plaatsvond. De eis tot boetes wegens schending wordt daarom afgewezen. De Spraakfabriek wordt veroordeeld in de proceskosten, die worden begroot op €1.221,- met wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.