Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 augustus 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats 1] , eiser
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de minister
Rechtbank Rotterdam
Eiser heeft op 13 juni 2023 een aanvraag ingediend voor herregistratie als arts in het BIG-register. De minister van Volksgezondheid wees de aanvraag bij besluit van 27 juli 2023 af omdat eiser niet de vereiste bewijsstukken overlegde waaruit blijkt dat hij in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag minimaal 2.080 uur als arts heeft gewerkt. Ondanks meerdere kansen en termijnen om aanvullende stukken te overleggen, waaronder tijdens de bezwaarprocedure en een hoorzitting, slaagde eiser er niet in om voldoende bewijs te leveren.
Eiser stelde onder meer dat hij door ziekte, een ingrijpende verbouwing en organisatorische omstandigheden moeite had met het verzamelen van bewijsstukken. Hij overhandigde verklaringen van collega’s en gedeeltelijke werkgeversverklaringen, maar deze waren onvoldoende en deels onvolledig. De rechtbank oordeelde dat het op de aanvrager rustende bewijsverantwoordelijkheid niet was nagekomen en dat de minister terecht de aanvraag heeft afgewezen.
Daarnaast voerde eiser bezwaar aan tegen de uiterste herregistratiedatum (UHD) van zijn vorige registratie, maar deze grond behoefde geen bespreking omdat het besluit onherroepelijk was en eiser geen rechtsmiddelen had aangewend. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de schrapping van eiser uit het BIG-register. Het griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J.R. Lautenbach op 8 augustus 2025.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de herregistratie wegens ontbreken van voldoende bewijs van werkervaring.