Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige] .
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van de Raad (met bijlagen) van 17 juni 2025, ontvangen op diezelfde datum;
- het raadsrapport van 26 juni 2025, ontvangen op 27 juni 2025;
- de brief van de GI van 10 juli 2025, ontvangen op 11 juli 2025;
- de briefrapportage van de GI van 16 juli 2025, ontvangen op diezelfde datum;
- het schriftelijk verweer, ingediend namens de vader door mr. R.W. de Gruijl op
- de moeder met haar waarnemend advocaat mr. F. Pool;
- een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [naam 1] ;
- twee vertegenwoordigers van de GI, te weten [naam 2] en [naam 3] .
2.De feiten
3.Het verzoek
3.2. De Raad heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en – samengevat – als volgt toegelicht. [minderjarige] is een heel jong en kwetsbaar kindje dat volledig afhankelijk is van de zorg van haar opvoeders. De moeder heeft een belast verleden en kampt met chronische problematiek. Hierdoor lukt het haar niet om voor haar kinderen te zorgen. Zij heeft moeite om aan te sluiten bij de behoeften van haar kinderen en is niet leerbaar. De andere kinderen van de moeder zijn hierdoor ernstig emotioneel beschadigd geraakt. Het is van belang dat [minderjarige] een goede start krijgt in haar leven. De basis voor haar toekomst wordt nu gelegd. Het is daarom in haar belang dat zij in het pleeggezin blijft. De Raad benadrukt dat [minderjarige] rust en stabiliteit nodig heeft. Het zou schadelijk zijn om haar steeds te verplaatsen. De komende periode moet worden bekeken wat de zorgbehoeften van [minderjarige] zijn en of de ouders in zijn staat zijn om aan deze behoeften te voldoen. Hiervoor moet aanvullend onderzoek worden gedaan door het KSCD, waarin ook de vader wordt meegenomen. Ook is het van belang om te onderzoeken of het netwerk van de ouders een rol kan spelen in de zorg voor [minderjarige] .
4.De standpunten
4.2. De vader verzet zich tegen een ondertoezichtstelling en een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Namens de vader is schriftelijk – samengevat – het volgende naar voren gebracht. De vader is samen met de moeder in staat om voor [minderjarige] te zorgen. Doordat in de briefrapportage van de GI van 16 juli 2025 geen kritiek op hem wordt gegeven, gaat de vader ervan uit dat de GI tevreden over hem is. Hij heeft ook vanaf de geboorte van [minderjarige] volledig inzicht getoond in wat [minderjarige] nodig heeft. De vader is bereid om mee te werken aan het KSCD-onderzoek. De samenwerking met de GI verloopt moeizaam.
5.De beoordeling
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.