Partijen zijn gescheiden en hebben een minderjarige zoon. Na de echtscheiding is een zorgregeling overeengekomen, maar eiseres heeft deze opgeschort nadat gedaagde de leaseauto, nodig voor vervoer van de minderjarige, liet terughalen wegens niet-betaling.
Eiseres vordert afgifte van de leaseauto en schorsing van de zorgregeling, terwijl gedaagde een voorlopige zorgregeling wil laten vaststellen. De rechtbank oordeelt dat de leaseauto eigendom is van de leasemaatschappij en niet in de verdeling kan worden betrokken. Partijen zijn overeengekomen dat gedaagde een bedrag betaalt zodat eiseres een andere auto kan aanschaffen.
De rechtbank acht het spoedeisend belang voor nakoming van de zorgregeling aanwezig en veroordeelt eiseres tot nakoming van de bestaande regeling, waarbij het reguliere contact tussen minderjarige en gedaagde wordt hersteld. Uitbreiding van de zorgregeling wordt afgewezen en aanpassing kan in de bodemprocedure plaatsvinden. Proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.