Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- [verzoeker] , verzoeker;
- [naam] , werkzaam bij Antes;
- de heer M.M. Draer en mevrouw M. van der Schee, schuldhulpverleners;
- de heer J.M. Guijt, beschermingsbewindvoerder.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende op 26 juni 2025 een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Tijdens de zitting van 11 juli 2025 werden aanvullende stukken overgelegd en partijen gehoord. Verzoeker was recent al toegelaten tot de WSNP op 3 juli 2024, maar deze regeling werd op 23 april 2025 tussentijds beëindigd vanwege herhaaldelijke tekortkomingen, waaronder het niet verstrekken van essentiële informatie en het niet melden van cryptorekeningen, wat leidde tot een boedelachterstand van € 6.533,86 ten nadele van schuldeisers.
De rechtbank beoordeelde de goede trouw van verzoeker, een vereiste voor toewijzing van de WSNP, en concludeerde dat door de recente beëindiging van de vorige regeling en het ontbreken van een voldoende bestendige gedragsverandering, verzoeker niet te goeder trouw kan worden geacht. Hoewel er positieve ontwikkelingen zijn, zoals de benoeming van een beschermingsbewindvoerder en behandeling bij Antes voor psychische klachten, acht de rechtbank deze nog onvoldoende.
Daarnaast is de rechtbank niet overtuigd dat verzoeker deze keer zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zal nakomen. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af. De uitspraak is gedaan door rechter C.G.E. Prenger op 18 juli 2025. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende overtuiging van nakoming verplichtingen.