Uitspraak
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om een dwangakkoord af te dwingen tegen de weigering van schuldeiser Ziggo Services B.V. mee te werken aan een schuldregeling. Het aangeboden akkoord betreft een saneringskrediet zonder afloscapaciteit (nulaanbod), gebaseerd op een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 40-50%. Verzoeker heeft bezwaar aangetekend tegen deze beoordeling van het UWV, maar de bezwaarprocedure duurt al bijna een jaar.
Ziggo weigert in te stemmen met het akkoord, stellende dat een wettelijke schuldsaneringsregeling betere waarborgen biedt en dat verzoeker niet het maximaal haalbare heeft aangeboden. De rechtbank overweegt dat Ziggo als schuldeiser met een vordering van 16,24% van de totale schuldenlast een zwaarwegend belang heeft bij weigering. Tevens is onvoldoende aannemelijk dat het aanbod het uiterste is wat verzoeker kan bieden, mede door de onduidelijkheid over de arbeidsongeschiktheid en mogelijke toekomstige wijzigingen in de afloscapaciteit.
De rechtbank concludeert dat de belangen van Ziggo zwaarder wegen dan die van verzoeker en overige schuldeisers en wijst het verzoek tot dwangakkoord af. De rechtbank zal separaat beslissen over het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over arbeidsongeschiktheid en het nulaanbod.