Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer mr. D.A. IJpelaar, werkzaam bij JAW Advocaten, advocaat van verzoeker.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet, gericht op het opschorten van de ontruiming van zijn huurwoning.
De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege het proces-verbaal tot ontruiming en het exploot waarin ontruiming is aangekondigd. Verzoeker, een ZZP’er met meerdere lopende opdrachten, heeft de huurtermijnen van juni en juli 2025 voldaan en toont aan voldoende inkomsten te hebben om de lopende huur te blijven betalen.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker, die in zijn woning wil blijven en een minnelijk schuldhulpverleningstraject doorloopt, zwaarder dan het belang van verweerster, die uitvoering wil geven aan het vonnis tot ontruiming. Daarom wordt de voorlopige voorziening voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.
Daarnaast verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet, omdat het minnelijk traject nog niet is afgerond. Verzoeker kan later een nieuw verzoek indienen.
De voorziening geldt vanaf 9 juli 2025 en verlengt de huurovereenkomst gedurende de periode van zes maanden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden op onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.