ECLI:NL:RBROT:2025:9774

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 juli 2025
Publicatiedatum
12 augustus 2025
Zaaknummer
FT RK 25/1207 - FT RK 25/1208
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FwArt. 285 FwArt. 287 FwArt. 287b Fw
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening moratorium bij ontruiming huurwoning wegens schuldenproblematiek

Verzoeker heeft op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet een voorlopige voorziening gevraagd om de ontruiming van zijn huurwoning te voorkomen. Hij kampt met schulden en heeft zich tot schuldhulpverlening gewend om een minnelijke regeling te treffen. De huur van juli en augustus 2025 zal worden voldaan met behulp van het Fonds Bijzondere Noden Rotterdam. Verzoeker is recent weer aan het werk als zzp’er en ontvangt ondersteuning van een klantregisseur.

Verweerster stelt dat verzoeker al vanaf het begin betalingsproblemen heeft en meerdere kansen heeft gehad, waardoor zij geen vertrouwen meer heeft in tijdige betaling van toekomstige huurtermijnen. De rechtbank beoordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege een dreigende ontruiming op 8 juli 2025.

De rechtbank weegt het belang van verzoeker om in zijn woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject te doorlopen zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis tot ontruiming uit te voeren. De lopende huurtermijnen worden naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk voldaan. Daarom wordt de voorlopige voorziening voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.

Daarnaast verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel zal zijn afgerond. Verzoeker kan later een nieuw verzoek indienen.

De voorziening schort de tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontruiming op en verlengt de huurovereenkomst voor de duur van zes maanden vanaf 7 juli 2025, met de verplichting tot tijdige betaling van de huur en rapportage door schuldhulpverlening.

Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden op onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet: toewijzen
toepassing schuldsaneringsregeling: niet-ontvankelijk
rekestnummers: [nummers]
uitspraakdatum: 25 juli 2025
[verzoeker],
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats],
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft op 7 juli 2025, met een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet Pro (Fw), een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.
In het vonnis van deze rechtbank van 7 juli 2025 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 18 juli 2025.
Ter zitting van 18 juli 2025 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoeker;
  • mevrouw E. Bonte, werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
  • [naam], werkzaam bij AGIN Timmermans, namens de stichting Stichting Habion, gevestigd te Utrecht (hierna: verweerster).
Verweerster heeft ter zitting stukken overgelegd.
Schuldhulpverlening heeft ter zitting aanvullende stukken overgelegd.
De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.

2.Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe op grond van artikel 287b, eerste lid, Fw, gedurende een termijn van zes maanden bij uitspraak een voorlopige voorziening te treffen en verweerster te verbieden het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 27 mei 2025 tot ontruiming van de woonruimte van verzoeker ten uitvoer te leggen.
Verzoeker wenst een oplossing voor zijn schuldenproblematiek. Hij heeft zich daarom gewend tot schuldhulpverlening. Schuldhulpverlening zal verzoeker helpen om een minnelijke schuldregeling tussen hem en zijn schuldeisers tot stand te laten komen. Schuldhulpverlening verwacht dat dit binnen zes maanden haalbaar is.
Verzoeker is in de schulden gekomen, omdat hij een tijd zonder inkomen heeft gezeten. Hij is meerdere malen in het ziekenhuis opgenomen geweest, waardoor hij niet kon werken. Ook is zijn verzoek om een uitkering twee keer afgewezen. Verzoeker wist de weg naar de juiste instantie niet te vinden. Verzoeker is recentelijk weer begonnen met werken als allround medewerker in de haven. Hij doet dat werk als zzp’er. Daarnaast is de huur van juli 2025 voldaan met behulp van het Fonds Bijzondere Noden Rotterdam. Ook de huur van augustus 2025 kan met behulp van dat fonds worden voldaan. Dat geld staat al gereserveerd bij schuldhulpverlening. Verder heeft verzoeker ter zitting aangegeven dat hij open staat voor budgetbeheer. Hij heeft daarover al contact gehad met een budgetbeheerder. Ook krijgt hij op dit moment via de gemeente ondersteuning van een klantregisseur.

3.Het verweer

Verweerster heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek moet worden afgewezen. Zij heeft daartoe – kort samengevat – het volgende aangevoerd. Vanaf de eerste dag dat verzoeker een woning bij verweerster huurt, zijn er al betalingsproblemen. In dat kader heeft verweerster al zes maal haar vordering uit handen gegeven aan hun gemachtigde en hebben er al vier procedures plaatsgevonden. Verzoeker heeft al vele kansen gehad. Ook is meermaals getracht om met verzoeker in gesprek te gaan, maar is het verweerster niet gelukt om met verzoeker in contact te komen. Verweerster heeft er dan ook geen vertrouwen meer in. Dat geldt ook voor het betalen van de toekomstige huurtermijnen, aangezien de betaling voor de maand juli 2025 afkomstig is van het Fonds Bijzondere Noden en niet bekend is of verzoeker inmiddels aan het werk is.

4.De beoordeling

Allereerst dient te worden beoordeeld of sprake is van een bedreigende situatie zoals dwingend is voorgeschreven in artikel 287b, tweede lid, Fw. Nu verzoeker een kopie van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 27 mei 2025 tot ontruiming van de woonruimte van verzoeker en een kopie van het exploot van 17 juni 2025 heeft overgelegd waarin wordt aangekondigd dat verweerster op 8 juli 2025 zal overgaan tot ontruiming van de woning van verzoeker, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een bedreigende situatie.
De wetgever heeft met een moratorium beoogd om een schuldenaar bij een – dreigende – executie een adempauze te bieden opdat de schuldenaar in staat wordt gesteld om met zijn schuldeisers een regeling van zijn schulden overeen te komen.
Artikel 287b Fw bevat geen criterium op grond waarvan kan worden beslist of de voorlopige voorziening dient te worden toegewezen dan wel afgewezen. De rechtbank zoekt daarom aansluiting bij de voorziening zoals genoemd in artikel 287, vierde lid, Fw waarbij een afweging dient plaats te vinden tussen het belang van verzoeker enerzijds en de schuldeiser, in dit geval verweerster, anderzijds.
Het belang van verzoeker bestaat erin dat hij in de huurwoning kan blijven wonen en dat het minnelijk schuldhulpverleningstraject door verzoeker kan worden doorlopen.
Het belang van verweerster bestaat erin dat zij het vonnis van 27 mei 2025 ten uitvoer kan leggen.
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de lopende termijnen kunnen en zullen worden voldaan. Gebleken is dat de huur van juli 2025 is voldaan met behulp van het Fonds Bijzondere Noden Rotterdam. Ook de huur van augustus 2025 kan met behulp van dat fonds worden voldaan. Verzoeker is daarnaast sinds kort weer aan het werk, zodat hij ook weer inkomsten heeft. Bovendien krijgt hij ondersteuning vanuit een klantregisseur en is verzoeker in gesprek om budgetbeheer op te starten. Verzoeker heeft positieve ontwikkelingen in gang gezet. Tegen deze achtergrond dient het belang van verzoeker zwaarder te wegen dan het belang van verweerster.
De rechtbank acht termen aanwezig om ter zekerheid van de belangen van verweerster in het dictum een voorwaarde op te nemen. De verzochte voorziening zal onder de in het dictum genoemde voorwaarde worden toegewezen.
Nu het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond, zal verzoeker gelet op het bepaalde in artikel 285, eerste lid, sub f, in samenhang met artikel 287, tweede lid, Fw, ten aanzien van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, niet-ontvankelijk worden verklaard. Zo nodig kan verzoeker te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- schort de tenuitvoerlegging op van het op 27 mei 2025 op verzoek van verweerster uitgesproken vonnis van deze rechtbank tot ontruiming van de huurwoning van verzoeker gelegen aan [adres], voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van deze voorziening;
- bepaalt dat de genoemde voorziening geldt voor de duur van zes maanden vanaf 7 juli 2025;
- bepaalt dat deze voorziening slechts geldt zolang de lopende termijnen gedurende deze periode tijdig worden voldaan;
- bepaalt dat schuldhulpverlening die namens verzoeker de buitengerechtelijke schuldregeling gaat uitvoeren, uiterlijk twee weken voor het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b, zesde lid, Fw;
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.T.P. Pot, rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2025.