Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw E. Bonte, werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
- [naam], werkzaam bij AGIN Timmermans, namens de stichting Stichting Habion, gevestigd te Utrecht (hierna: verweerster).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet een voorlopige voorziening gevraagd om de ontruiming van zijn huurwoning te voorkomen. Hij kampt met schulden en heeft zich tot schuldhulpverlening gewend om een minnelijke regeling te treffen. De huur van juli en augustus 2025 zal worden voldaan met behulp van het Fonds Bijzondere Noden Rotterdam. Verzoeker is recent weer aan het werk als zzp’er en ontvangt ondersteuning van een klantregisseur.
Verweerster stelt dat verzoeker al vanaf het begin betalingsproblemen heeft en meerdere kansen heeft gehad, waardoor zij geen vertrouwen meer heeft in tijdige betaling van toekomstige huurtermijnen. De rechtbank beoordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege een dreigende ontruiming op 8 juli 2025.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker om in zijn woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject te doorlopen zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis tot ontruiming uit te voeren. De lopende huurtermijnen worden naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk voldaan. Daarom wordt de voorlopige voorziening voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.
Daarnaast verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel zal zijn afgerond. Verzoeker kan later een nieuw verzoek indienen.
De voorziening schort de tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontruiming op en verlengt de huurovereenkomst voor de duur van zes maanden vanaf 7 juli 2025, met de verplichting tot tijdige betaling van de huur en rapportage door schuldhulpverlening.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden op onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.