Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw [persoon B] , namens Stichting Woonstad Rotterdam (hierna: verweerster).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een verzoek ingediend voor een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet om ontruiming van zijn huurwoning te voorkomen. De huurachterstand is ontstaan door een periode van onvoldoende inkomsten en nalatigheid. Verzoeker is sinds februari 2025 werkzaam als gastheer en ontvangt een aanvullende Participatiewet-uitkering en huurtoeslag. Schuldhulpverlening is gestart en budgetbeheer wordt opgestart.
Verweerster, verhuurder van de woning, heeft zorgen geuit over de niet-betaalde huur en het gebrek aan garanties voor tijdige betaling. De rechtbank beoordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming en weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven tegen het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren.
De rechtbank acht het aannemelijk dat verzoeker de lopende huurtermijnen zal voldoen, mede door de toegekende uitkering en het opstarten van budgetbeheer. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen voor zes maanden, onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard, met de mogelijkheid tot hernieuwd verzoek.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden op onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.