ECLI:NL:RBROT:2025:9802

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 augustus 2025
Publicatiedatum
12 augustus 2025
Zaaknummer
FT RK 25-388
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848FaillissementswetBesluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling zonder eerdere ingangsdatum

De rechtbank Rotterdam heeft op 1 augustus 2025 het verzoek van de schuldenaar toegewezen om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De schuldenaar bevindt zich in een problematische schuldensituatie en voldoet aan de voorwaarden voor toelating, waaronder te goeder trouw zijn bij het ontstaan van de schulden en de verwachting dat hij aan de verplichtingen zal voldoen.

Tijdens de zitting op 25 juli 2025 zijn de schuldenaar en schuldhulpverleners verschenen en zijn aanvullende stukken overgelegd. De rechtbank benoemt een bewindvoerder en een rechter-commissaris die toezicht houden op de naleving van de WSNP-verplichtingen. De schuldenaar heeft de wens geuit zijn onderneming voort te zetten, hetgeen onder voorwaarden met de bewindvoerder en rechter-commissaris besproken zal worden.

De rechtbank stelt vast dat er geen aanleiding is om een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen, omdat niet is aangetoond dat de schuldenaar gedurende het minnelijke voortraject voldoende heeft afgelost en/of fulltime heeft gewerkt of gesolliciteerd. De WSNP-termijn vangt daarom aan op 1 augustus 2025 en loopt tot 1 februari 2027. Tevens geldt een postblokkade van 13 maanden. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP toegewezen zonder eerdere ingangsdatum; traject loopt van 1 augustus 2025 tot 1 februari 2027.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
1 augustus 2025
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende op een (bij de rechtbank bekend) geheim adres.
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 25 juli 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoeker],
- mevrouw A. Rezaei en mevrouw Y. Taal, schuldhulpverleners.
1.3.
[verzoeker] heeft ter zitting aanvullende stukken overgelegd.
1.4.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling van het verzoek

De toelating

2.1.
[verzoeker] kan worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.
2.2.
[verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.
De verplichtingen
2.3.
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de WSNP moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting. Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert of de verplichtingen worden nagekomen. Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
2.4.
[verzoeker] heeft de wens uitgesproken om gedurende de regeling zijn onderneming te kunnen voortzetten. Hij heeft zijn wens ter zitting toegelicht en in dat kader een schriftelijke verklaring overgelegd. Naar zijn overtuiging zou dit ook ten gunste komen aan de schuldeisers. Ter zitting is besproken dat de voortzetting van de onderneming met de bewindvoerder moet worden besproken. Deze zal dan beoordelen of voortzetting, al dan niet onder voorwaarden, mogelijk is. Dat verzoek zal ook moeten worden voorgelegd aan de te benoemen rechter-commissaris. Verder is met [verzoeker] expliciet besproken dat tijdens de WSNP geen nieuwe schulden mogen worden gemaakt. [verzoeker] heeft op dit moment een auto. De bewindvoerder zal niet alleen naar de noodzaak voor het behoud van die auto kijken, maar de kosten die met die auto gemoeid zijn dienen ook tijdig te worden voldaan. [verzoeker] heeft verklaard dat hij begrijpt wat er van hem wordt verwacht in de WSNP. Bij de rechtbank is op grond van het voorgaande voldoende vertrouwen dat [verzoeker] de verplichtingen uit de WSNP naar behoren zal nakomen.
2.5.
Als [verzoeker] zich tijdens het WSNP-traject houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen.
Postblokkade
2.6.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoeker].
Bevoegdheid
2.7.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoeker] in Nederland ligt.
De ingangsdatum
2.8.
Het WSNP-traject duurt in principe 18 maanden. De Faillissementswet bepaalt dat de termijn van de WSNP in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de termijn eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Het vtlb wordt berekend met de vtlb-calculator die via het internet beschikbaar is. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus maandelijks sprake zijn van aflossingen die tenminste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de netto inkomsten en het vtlb. Daarnaast moet er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt worden of moet er aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.1
De rechtbank stelt vast dat [verzoeker] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Op basis van de beschikbare stukken kan namelijk niet worden vastgesteld of [verzoeker] fulltime heeft gewerkt, dan wel voldoende heeft gesolliciteerd naar een fulltime dienstbetrekking. Bovendien ontbreken de onderliggende stukken van de vtlb-berekening, waardoor deze niet gecontroleerd kan worden.
2.11.
De rechtbank komt dus tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum]-1964 te [geboorteplaats],
wonende op een (bij de rechtbank bekend) geheim adres;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. J.T.P. Pot
en tot bewindvoerder [naam],
gevestigd te [postadres]
;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 1 augustus 2025 en de einddatum op 1 februari 2027;
- draagt de bewindvoerder op de post van [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Deze vergoeding is gelijk aan 1/19e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro dat Besluit te berekenen vergoeding. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en,
- voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. J.T.P. Pot, rechter, in samenwerking met mr. T.M.M. de Laat, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2025. [1]