ECLI:NL:RBROT:2025:9846
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beklag tegen conservatoir beslag op geldbedrag in internationaal strafonderzoek
Het Europees Openbaar Ministerie voert een strafrechtelijk onderzoek naar een internationale criminele organisatie die betrokken is bij grootschalige btw-fraude, witwassen en valsheid in geschrifte, gepleegd in Nederland en België. De klager wordt verdacht als stroman en bankkaartenhouder van rekeningen waarvandaan btw-teruggaven naar de Verenigde Arabische Emiraten zijn doorgesluisd.
Op 23 mei 2024 is bij een doorzoeking beslag gelegd op verschillende goederen, waaronder €7.000,- contant geld. Op 17 februari 2025 vaardigde een Belgische onderzoeksrechter een Europees Bevriezingsbevel uit voor dit bedrag, waarna op 17 maart 2025 conservatoir beslag werd gelegd door de Nederlandse gedelegeerd Europees aanklager. De klager verzocht om teruggave van het geld, stellende dat eerdere last tot teruggave niet was nagekomen.
De rechtbank oordeelt dat het beslag rechtmatig is uitgevoerd, dat er sprake is van dubbele strafbaarheid en dat de toetsing van proportionaliteit en subsidiariteit aan de rechter van de uitvaardigende lidstaat is voorbehouden. De eerdere last tot teruggave raakt de rechtmatigheid van het huidige beslag niet. Het beklag wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beklag tegen het conservatoir beslag op het geldbedrag van €7.000,- wordt ongegrond verklaard.