Op 26 oktober 2023 werd het slachtoffer in Rotterdam meermalen met een mes gestoken, met ongeveer twintig steek- en snijwonden in gezicht, nek, handen en achterhoofd. De verdachte werd in een woning aangetroffen met bloed op zijn handen en gezicht. Een getuige herkende de verdachte als de persoon die verklaarde het slachtoffer te hebben gestoken.
De verdachte ontkende en het slachtoffer verklaarde dat de verdachte niet de dader was. De officier van justitie vorderde vrijspraak wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank oordeelde echter dat op grond van het dossier buiten redelijke twijfel vaststaat dat de verdachte het slachtoffer heeft gestoken. De verklaringen van het slachtoffer waren inconsistent en onvoldoende betrouwbaar.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van het primair ten laste gelegde zware mishandeling, omdat onvoldoende bewijs was dat het letsel zwaar was. Wel werd bewezen dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door het meermalen steken met een mes, wat een poging tot zware mishandeling oplevert.
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 162 dagen, met aftrek van voorarrest. De rechtbank nam de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoonlijke situatie van de verdachte mee in de strafbepaling. De verdachte had eerder in Polen en het Verenigd Koninkrijk soortgelijke veroordelingen, maar niet recentelijk in Nederland.