ECLI:NL:RBROT:2025:9853
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De officier van justitie vorderde op 25 januari 2019 ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel in een zaak tegen de veroordeelde, die werd veroordeeld voor drugshandel, bezit van harddrugs en deelname aan een criminele organisatie.
Voorafgaand aan de terechtzitting van 27 juni 2025 zijn procesafspraken gemaakt tussen het Openbaar Ministerie en de veroordeelde over de afdoening van de strafzaak en de ontnemingsprocedure, waarbij onder meer werd afgesproken dat het OM geen ontnemingsprocedure zou starten en de veroordeelde afstand zou doen van in beslag genomen goederen of de tegenwaarde daarvan.
De rechtbank oordeelt dat er onvoldoende strafrechtelijk belang meer bestaat bij de ontnemingsvordering, mede omdat het voordeel reeds in voldoende mate is ontnomen door de afstand van de veroordeelde. Daarom verklaart de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.