RCI Financial Services en gedaagde sloten op circa 30 november 2023 een financiële leaseovereenkomst voor een Nissan Qashqai met een looptijd van 60 maanden. Gedaagde liet een betalingsachterstand van € 8.781,75 ontstaan en betaalde ondanks herhaalde aanmaningen niet. RCI ontbond de overeenkomst en vorderde afgifte van de auto, een dwangsom en proceskosten.
Gedaagde stelde dat hij de betalingen mocht opschorten vanwege een onterechte betaling van € 200,- bij aflevering, die RCI niet zou hebben terugbetaald. De rechtbank oordeelde dat gedaagde onvoldoende onderbouwde dat het bedrag onterecht was betaald of dat RCI een terugbetaling had beloofd. Ook was het afleverpakket niet onderdeel van de leaseovereenkomst en was gedaagde akkoord met de betaling aan de dealer.
Daarom mocht gedaagde de betalingen niet opschorten en was hij in verzuim. De ontbinding door RCI was rechtsgeldig. Gedaagde werd veroordeeld om binnen vijf werkdagen na betekening de auto af te geven aan RCI, onder dreiging van een dwangsom van € 250 per dag tot maximaal € 5.000. De machtiging tot terughalen van de auto werd afgewezen omdat de wettelijke executiemogelijkheden voldoende zijn.
De proceskosten werden begroot op € 486,14 en werden aan gedaagde opgelegd met wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is ondanks eventueel hoger beroep.