Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 19 maart 2025, met bijlagen;
- het aantekeningen van het mondelinge antwoord ter zitting van 1 april 2025;
- de e-mail van [gedaagde] van 1 juli 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De huurder huurt sinds 12 augustus 2020 een woning van Stichting Oost West Wonen en heeft een huurachterstand van €3.489,90 opgebouwd tot en met juni 2025. De verhuurder vordert betaling van de achterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De huurder heeft de achterstand niet betwist, maar verzocht om uitstel van de mondelinge behandeling, wat werd afgewezen.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding van de huurovereenkomst op grond van artikel 6:265 BW Pro, mede omdat de huurder geen omstandigheden heeft aangevoerd die ontbinding zouden rechtvaardigen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. Tevens moet hij de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen tot de dag van ontruiming.
De rechtbank verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, zodat het direct kan worden uitgevoerd. De mogelijkheid tot het treffen van een regeling blijft open, maar de huurder heeft daartoe geen initiatief genomen tijdens de procedure. Het verzoek tot uitstel van de mondelinge behandeling is afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en tijdige kennisname van de zittingsdatum.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens huurachterstand en de huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstand, incassokosten, rente, proceskosten en ontruiming binnen veertien dagen.