Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 november 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de mail van FBTO van 6 februari 2025, met bijlagen;
- de repliek tevens vermindering van eis, met bijlage.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een vordering van FBTO tegen de gedaagde wegens niet-betaalde premies en zorgkosten op grond van een afgesloten zorgverzekering. FBTO stelde dat de gedaagde meerdere betalingsregelingen niet is nagekomen, waardoor de laatste regeling verviel. De gedaagde betwistte de opeisbaarheid van de vordering en stelde dat hij zich aan de betalingsregeling hield en niet op de hoogte was van nieuwe facturen.
De kantonrechter oordeelde dat FBTO terecht de betalingsregeling heeft beëindigd vanwege het niet tijdig betalen van nieuwe nota's, conform de gemaakte afspraken. Uit de stukken bleek dat de gedaagde een zorgkostennota van april 2024 en premies voor mei en juni 2024 niet had betaald. Hierdoor moest de volledige achterstand ineens worden voldaan.
Daarnaast werden incassokosten van €81,88 toegewezen omdat aan de wettelijke voorwaarden was voldaan. Ook werd wettelijke rente toegewezen over het bedrag vanaf de dagvaarding tot volledige betaling. De totale vordering bedroeg na verrekening van reeds betaalde bedragen €2.198,55.
De gedaagde werd tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten, begroot op €1.019,38. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat FBTO direct tot executie kan overgaan. Hiermee werd het geschil over de betalingsachterstand definitief beslecht.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.198,55 aan FBTO met rente en incassokosten, en tot betaling van proceskosten.