Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- mevrouw [schuldenares] , schuldenares,
- de heer [persoon A] , partner van schuldenares;
- de heer R.I. de Jong, bewindvoerder.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 10 juli 2025 de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van schuldenares. De bewindvoerder had verzocht tot beëindiging vanwege tekortkomingen in de informatieplicht, sollicitatieplicht en afdrachtplicht. Schuldenares had onder meer geen bankafschriften en loonspecificaties overgelegd en geen sollicitatiegegevens aangeleverd over een langere periode.
Tijdens de zitting gaf schuldenares aan technische problemen te ondervinden bij het aanleveren van de gevraagde documenten en erkende zij fouten, maar kon zij dit niet volledig onderbouwen. Tevens was er sprake van een boedelachterstand van ruim €4.600, waarvan slechts eenmalig een deel was voldaan. Ondanks herhaalde verzoeken had zij geen beschermingsbewind geregeld, hoewel dit door de rechter-commissaris was aanbevolen.
De rechtbank oordeelde dat schuldenares toerekenbaar tekort is geschoten in haar verplichtingen en dat de regeling daarom op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro moet worden beëindigd. Het salaris van de bewindvoerder werd vastgesteld op maximaal €2.147,61. Er zijn geen baten om schuldeisers te voldoen en er is geen sprake van faillissement van rechtswege na deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens toerekenbare tekortkomingen van schuldenares.