Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 2 juli 2025, met bijlagen;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde] .
Rechtbank Rotterdam
Mevrouw B huurde een woning van Woonstad Rotterdam en gedaagde woonde bij haar in. Na opzegging van de huurovereenkomst door mevrouw B en haar vertrek uit de woning, bleef gedaagde daar wonen. Woonstad vordert ontruiming en betaling van een vergoeding. Gedaagde stelt dat hij medehuurder is vanwege een huwelijk met mevrouw B en langdurig samenwonen.
De rechtbank oordeelt dat het langdurig samenwonen niet leidt tot huurrechten, omdat geen verzoek tot medehuur is ingediend binnen de wettelijke termijn. Het huwelijk is een Egyptisch Orfi-huwelijk, niet erkend in Egypte en daardoor ook niet in Nederland, waardoor gedaagde niet automatisch huurder is geworden. Er is geen aannemelijk bewijs dat het huwelijk alsnog erkend zal worden.
Woonstad heeft belang bij spoedige ontruiming vanwege wachtlijst voor de woning. Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en tot betaling van een vergoeding vanaf 1 juni 2025. Proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van een vergoeding vanaf 1 juni 2025.