Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot toepassing van artikel 287a Faillissementswet om drie schuldeisers te dwingen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. De regeling voorzag in een betaling van 5,93% aan preferente en 2,97% aan concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. Ze baseerde haar afloscapaciteit op een WIA-uitkering en een parttime dienstverband.
Drie schuldeisers, vertegenwoordigd door GGN Mastering Credit B.V., stemden niet in en voerden aan dat verzoekster niet het maximale haalbare heeft aangeboden, mede omdat zij jong is en haar inkomenspositie mogelijk zal verbeteren. Tevens was er een lopende procedure over huurachterstand.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster niet een goed en betrouwbaar voorstel had gedaan, omdat zij recent € 10.000 aan toeslagentegemoetkoming had ontvangen die niet in de regeling was meegenomen. Dit bedrag moet volgens de Belastingdienst niet worden aangewend voor schuldeisers, maar verzoekster was bereid dit alsnog te doen. De rechtbank achtte dit onvoldoende en vond dat de belangen van de weigeraars zwaarder wogen dan die van verzoekster en overige schuldeisers.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot gedwongen schuldregeling af. Een afzonderlijke beslissing over de wettelijke schuldsaneringsregeling volgt nog.