ECLI:NL:RBROT:2026:1018

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
11918316 CV EXPL 25-21610
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 223 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning wegens jarenlange overlast en weigering begeleiding

De gemeente Rotterdam vordert de ontruiming van een woning die door [naam 1] wordt bewoond op basis van een (z)Onderdak-overeenkomst. De bewindvoerder is formeel de wederpartij omdat de goederen van [naam 1] onder bewind staan. De gemeente stelt dat [naam 1] al jaren ernstige overlast veroorzaakt, waaronder stank, vervuiling, agressie en weigering van verplichte begeleiding, wat de leefbaarheid en veiligheid van de omgeving schaadt.

De kantonrechter beoordeelt de vordering tot ontruiming als voorlopige voorziening op grond van artikel 223 Rv Pro. Gezien de jarenlange overlast, de niet-betwiste stellingen van de gemeente en het spoedeisende belang van het beëindigen van de situatie, wordt de primaire vordering toegewezen. De ontruiming moet binnen veertien dagen na betekening plaatsvinden. De kantonrechter houdt rekening met de mededeling van de gemeente dat er mogelijkheden zijn voor beschermd wonen.

De hoofdzaak wordt aangehouden en verwezen naar een rolzitting op 18 februari 2026 voor verdere behandeling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat de ontruiming direct kan worden uitgevoerd, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: Bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen vanwege langdurige overlast en agressief gedrag.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11918316 CV EXPL 25-21610
datum uitspraak: 6 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Gemeente Rotterdam,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. A.A.H. Kalter,
tegen
Van den Bosse Bewindvoeringen B.V.,
als bewindvoerder over de goederen van
[naam 1],
vestigingsplaats: Middelburg,
gedaagde,
gemachtigde: mr. J. Pearson.
De partijen worden hierna ‘de gemeente’, ‘de bewindvoerder’ en ‘[naam 1]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 1 oktober 2025, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de brief van de gemeente van 12 januari 2026, met bijlagen.
1.2.
Op 23 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Namens de gemeente was aanwezig [naam 2], beleidsadviseur, met de gemachtigde van de gemeente. [naam 3] was aanwezig namens de bewindvoerder, met de gemachtigde van de bewindvoerder. [naam 1] is niet verschenen.

2.Het geschil

2.1.
[naam 1] woont sinds 2018 op basis van een overeenkomst met de gemeente in het kader van het maatschappelijk programma (z)Onderdak aan de [adres]. De gemeente huurt deze woning van Woonstad.
2.2.
Omdat de goederen van [naam 1] onder bewind staan, is de bewindvoerder formeel de wederpartij van de gemeente in deze zaak en is de bewindvoerder daarom ook degene tegen wie de veroordeling uitgesproken wordt.
2.3.
De gemeente stelt dat [naam 1] al jaren overlast veroorzaakt. Zij heeft ter onderbouwing van deze stelling onder andere een brief van de casemanager van Pameijer aan [naam 1] van 5 juni 2024 overgelegd, waarin het volgende staat vermeld:
Al enige jaren is Mozaik/Pameijer jouw begeleidende instelling. Jij geeft echter te kennen geen begeleiding thuis meer te willen. Gezien je gebruik maakt van een (z)onderdak woning waar de begeleiding gekoppeld is als voorwaarde van bewoning, verzoeken we je tot een oplossing hiervoor te komen. Deze woning zal niet aan je verhuurd worden zonder begeleiding.
Als gekoppelde hulpverlener maak ik mij zelfs zorgen om je. Je huis moet ontdaan worden van het vuil wat zich opstapelt. Recente interventies liepen uit op agressiviteit van jouw kant. Daardoor is het ingezette clean team terug getreden. Wij vinden geen overeenstemming wat betreft je huis. Als persoon staan we niet op slechte voet met elkaar, maar wat betreft je huisvesting is er een patstelling gekomen waar we jou zelf nu voor een oplossing vragen. Een clean team kan niet nogmaals op kosten van de instelling of gemeente ingezet worden.
Omdat wij naar mening deze situatie al veel te lang laten voortbestaan ga ik je nu vragen om vrijdag 14 juni om 10.00 uur naar ons kantoor te komen om je oplossing te bespreken. Je kan mij tot die tijd altijd bellen. Ook zal ik bij je langs gaan. Op vrijdag 14 juni verwacht ik je. Ik zal (z)onderdak op de hoogte brengen van deze brief en hen de mogelijkheid geven aan te sluiten.
2.4.
De onder 2.3. genoemde casemanager heeft op 4 juli 2024 aan [naam 1] onder andere het volgende geschreven:
Helaas ben je niet op onze uitnodiging van 5 juni ingegaan om op 14 juni de ontstane situatie te bespreken. Ook op het afgesproken huisbezoek van 8 juli samen met de woningbouw gaf je geen thuis. Op 8 juli heb ik een brief achtergelaten met een voorstel voor een derde afspraak.
In de contacten die wij telefonisch hebben waarschuw je mij dat een ieder die voor je deur komt geweld van jouw kant kan verwachten. Wel geef je op een ander moment mij je nieuwe telefoonnummer. Ik kan jou niet peilen. Aan de ene kant ken ik jou als een behulpzame man die buren helpt maar aan de andere kant ben je dreigend. De dierenpolitie heeft mij benaderd. Het onderzoek van hun kant staat nog open. Via de woningbouw krijgen wij klachten over stankoverlast uit je woning en onrechtmatig gebruik van openbare ruimte. Ik doe middels dit schrijven ook een officiële melding naar (z)onderdak dat wij geen begeleiding meer geven aan huis, wat wij volgens het huurcontract zouden moeten doen. Dit lukt ons niet omdat jij ons niet toelaat en dreigt met geweld.
2.5.
In een brief van de casemanager van 12 augustus 2024 aan [naam 1] staat het volgende vermeld:
Ik begrijp dat jij tijdens mijn vakantie geen gebruik hebt gemaakt van mijn Mozaik collega’s. Ondanks eerdere ruiming van jouw spullen in de openbare ruimte zouden er opnieuw fietswrakken staan. Ook zou de stank nog altijd aanwezig zijn.
De woningbouw wil met jou in gesprek over jouw bewoning. Uiteraard doen ze dit verzoek via de begeleiding. Echter daar is geen sprake meer van. Jij weigert ons te woord te staan en weigert ons de toegang tot de (z)onderdak woning. Hiermee kunnen wij niet anders dan constateren dat je bewust je contract niet na komt. (z) onderdak is een begeleide woonvorm.
Vertel ons wat je wilt. Met rust gelaten worden kan in de huidige omstandigheid niet. Dat deze situatie niet houdbaar is, is duidelijk maar we willen graag kijken naar een alternatief voor je.
2.6.
De gemeente heeft in een brief aan [naam 1] van 17 maart 2025 onder meer het volgende geschreven:
De Gemeente heeft besloten tot
beëindiging van uw gebruiksovereenkomst van de woningover te gaan.
Samenvattend komt het erop neer dat:
- uw woning zeer ernstig vervuild is;
- dat de directe omgeving van uw woning ernstig vervuild is;
- dat er daarbij sprake is van gevaar in verband met de brandveiligheid;
- dat er daarbij mogelijk sprake is van gevaar voor uw gezondheid en die van omwonenden;
- en dat u agressief gedrag vertoont richting omwonenden en hulpverleners.
U heeft meerdere schriftelijke en mondelinge waarschuwingen gekregen om de overlast te beëindigen. Er is op diverse manieren met hulp van professionele instanties geprobeerd de situatie te verbeteren. Deze hebben er helaas op geen enkele wijze toe geleid dat de leefbaarheid in en rond uw woning is verbeterd. Meermalen heeft u hulp geweigerd, door afspraken niet na te komen en door niemand, inclusief uw woonbegeleider, in de woning toe te laten.
2.7.
De gemeente stelt dat het gedrag van [naam 1] na het versturen van de hier genoemde brieven niet is veranderd. Er is en blijft sprake van (stank)overlast en agressief gedrag van [naam 1]. De gemeente vordert daarom, samengevat:
in het incident
- primair veroordeling van [naam 1] tot ontruiming van de woning;
- subsidiair [naam 1] te veroordelen tot tijdelijke ontruiming van de
woning voor de duur van ten minste drie weken, om de gemeente in de gelegenheid te stellen de woning schoon te laten maken;
in de hoofdzaak
- voor recht te verklaren dat [naam 1] tekortschiet in de nakoming van de gebruiksovereenkomst;
- primair voor recht te verklaren dat de gebruiksovereenkomst per 30 april 2025 door opzegging is geëindigd, subsidiair deze te ontbinden, en meer subsidiair de datum vast stellen waarop de overeenkomst eindigt;
- [naam 1] te veroordelen tot ontruiming van de woning en betaling van een gebruiksvergoeding tot aan de ontruiming.
2.8.
Aan de orde is eerst het incident. De bewindvoerder voert verweer in het incident.
2.9.
Als dit voor de beoordeling van belang is, wordt hierna ingegaan op wat partijen (verder) naar voren brengen.

3.De beoordeling

in het incident
3.1.
De gemeente vraagt om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 223 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De voorlopige voorziening houdt (primair) in dat [naam 1] de woning, vooruitlopend op een oordeel in de hoofdzaak, nu al moet ontruimen omdat zijn gedrag ((stank)overlast en agressie) niet meer houdbaar is.
3.2.
De beoordelingsmaatstaf van artikel 223 Rv Pro houdt in dat de kantonrechter moet beoordelen of een bodemprocedure aanhangig is en of er voldoende samenhang is met de hoofdvordering en als dit zo is, moet de kantonrechter het belang van de gemeente bij het toewijzen van de vordering afwegen tegen het belang van [naam 1] bij afwijzing van de vordering, een en ander tegen de achtergrond van de te verwachten resterende duur van de hoofdzaak en van de proceskansen daarin. Een bodemprocedure is aanhangig en wat de gemeente als voorlopige voorziening vordert heeft voldoende samenhang met wat zij in die bodemprocedure vordert. Het komt bij de vraag of wat de gemeente vordert toewijsbaar is dus neer op de genoemde belangenafweging.
3.3.
De kantonrechter wijst de primaire vordering van de gemeente toe. De overlast die [naam 1] veroorzaakt duurt al jaren en houdt – ondanks vele pogingen hier een einde aan te maken – niet op. Het spoedeisende belang dat de gemeente nu heeft bij ontruiming van de woning is gelegen in het oordeel dat het zo niet langer door kan gaan en dat er nu een einde aan de situatie moet komen. Dat wordt hierna verder toegelicht.
3.4.
De brieven die zijn geciteerd onder ‘Het geschil’ zijn slechts een deel van de brieven die in de afgelopen jaren over deze kwestie zijn verstuurd. Het citeren uit deze brieven is ‘slechts’ bedoeld als illustratie van het probleem, niet als uitputtende weergave van alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd. [naam 1] is in het kader van een ‘laatste kans’ in 2018 in deze woning komen wonen nadat in zijn vorige (z)Onderdak-woning sprake was van dezelfde problemen. Het gaat volgens de gemeente om jarenlange stankhinder, ongedierte, blokkades van algemene ruimten en daardoor sterk verminderd woongenot van de buren, met gevaren voor brandveiligheid en gezondheid, (inmiddels) in combinatie met dreigementen over het in brand steken van de woning en de opmerking van [naam 1] dat er ’doden zouden vallen’ als hij zijn huis uit moet. Een bijkomend probleem is dat [naam 1] op basis van de overeenkomst verplicht is zich te laten begeleiden, maar hij werkt hier niet aan mee.
3.5.
[naam 1] is niet op de zitting verschenen om zijn kant van het verhaal te vertellen. Hij zegt dus niet dat wat door de gemeente naar voren wordt gebracht niet waar is. De bewindvoerder en haar gemachtigde hebben de overlast ook niet (gemotiveerd) betwist, al is het maar omdat zij niet op de hoogte zijn van de situatie ter plaatse en zij beperkt contact hebben met [naam 1].
3.6.
Op grond van wat er nu voorligt – duidelijke, onderbouwde stellingen aan de kant van de gemeente over jarenlange overlast, zonder een gedegen betwisting hiervan door de bewindvoerder – is de kans dat in de hoofdzaak geoordeeld wordt dat [naam 1] zijn woning moet verlaten, groot. Een oordeel in de hoofdzaak kan echter nog wel even op zich laten wachten. De bewindvoerder wil nog een antwoord nemen in de hoofdzaak en de verwachting is niet dat een mondelinge behandeling van de zaak op korte termijn tot de mogelijkheden behoort. Omdat het, zoals volgt uit 3.3. en 3.4., gelet op de veiligheid en het woongenot van de omwonenden (en vermoedelijk ook de veiligheid/gezondheid van [naam 1]) zo niet langer door kan gaan, ziet de kantonrechter dus aanleiding [naam 1] (de bewindvoerder) ertoe te veroordelen de woning nu al te ontruimen. Het belang van [naam 1] is uiteraard, in ieder geval zoals hij dat zelf zal zien, om in zijn woning te mogen blijven, maar het belang van de gemeente om na jaren een einde aan de situatie te maken en de veiligheid en rust voor de omwonenden terug te laten keren is (inmiddels) groter.
3.7.
De ontruimingstermijn wordt gesteld op veertien dagen na de betekening van dit vonnis. De vordering van de gemeente te bepalen dat de deurwaarder kan ontruimen als [naam 1] niet meewerkt hoeft niet toegewezen te worden, omdat de wet al bepaalt dat de deurwaarder dit mag doen.
3.8.
De gemeente gaf op de zitting aan dat er mogelijkheden zijn om [naam 1] beschermd te laten wonen. Als [naam 1] hiermee instemt, kan er naar verwachting wegens het ontbreken van een wachtlijst snel een concreet aanbod voor een beschermde woonvorm worden gedaan. De kantonrechter gaat er gelet op deze mededelingen van de gemeente van uit dat de gemeente zorgvuldig met dit ontruimingsvonnis zal omgaan en de woning pas zal laten ontruimen als zij er alles aan heeft gedaan om elders een plek voor [naam 1] te realiseren.
3.9.
Omdat de primaire vordering in het incident toegewezen wordt, hoeft de subsidiaire vordering in het incident niet besproken te worden. Een beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot een beslissing daarover in de hoofdzaak.
3.10.
Het vonnis in het incident wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat dit vonnis meteen uitgevoerd mag worden, ook als aan een hogere rechter wordt gevraagd de zaak opnieuw te beoordelen.
in de hoofdzaak
3.11.
De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol van woensdag 18 februari 2026 zodat de bewindvoerder een conclusie van antwoord kan nemen.
3.12.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De beslissing

De kantonrechter:
in het incident
4.1.
veroordeelt de bewindvoerder van [naam 1] om binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich vanwege [naam 1] daar bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van de gemeente te stellen;
4.2.
houdt een beslissing over de proceskosten aan tot een beslissing daarover in de hoofdzaak;
4.3.
verklaart dit vonnis wat de ontruiming betreft uitvoerbaar bij voorraad en wijst wat meer of anders is gevorderd af;
in de hoofdzaak
4.4.
verwijst de zaak naar de rol van
woensdag 18 februari 2026waar de bewindvoerder een conclusie van antwoord kan nemen;
4.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken.
686