Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 februari 2026 in de zaak tussen
Johan van Oldenbarneveltstichting, uit Dordrecht, verzoeksters
het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht, het college
[naam 3], uit Zwijndrecht, de Woo-verzoekster
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
“alle correspondentie, verslagen, documenten, notities, gespreksverslagen en memo’s tussen enerzijds de gemeente Zwijndrecht (daaronder mede leden van het college van burgemeester en wethouders, ambtenaren, wijkteams en voormalig Burgemeester de heer Haan en Gemeentesecretaris [naam 5]), en:
mr. E. G. J. M. Meijer mede begrepen);
Ook is cliënte bereid om de reikwijdte van haar Woo-verzoek in tijd te beperken tot documentatie die is vervaardigd tussen 1 januari 2023 en de dagtekening van dit schrijven.”
Conclusie en gevolgen
Werkzaamheden in verband met het verkeerd toepassen van de WOO waarbij de AVG en de Auteurswet in het geheel niet zijn getoetst en willekeurige documenten worden opgevraagd die niets met het afgerond dossier te maken hebben en de privacy van PKLC BV en medewerkers schenden en tevens auteursrechtelijk PKLC benadeelt.”, 30 uur maal € 150,-, plus 21 % BTW, in totaal € 5.445,-. Gelet op het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) wordt een veroordeling van kosten door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op basis van een vast tarief dat in de bijlage bij het Bpb is genoemd. [2] Dat betekent voor de veroordeling in de proceskosten het volgende. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De gemachtigde van verzoeksters heeft het verzoekschrift ingediend en deelgenomen aan de zitting. De vergoeding bedraagt daarmee in totaal € 1.868,-.