ECLI:NL:RBROT:2026:1048

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
C/10/712495 / JE RK 25-2697
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp na meerderjarigheid voor drie maanden

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzoekt om een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor [minderjarige], die op 18 januari 2026 meerderjarig wordt, voor de duur van drie maanden. [Minderjarige] verblijft momenteel op een gesloten groep en maakt positieve ontwikkelingen door. Een plek bij de volwassenenlocatie Hietveld is binnen drie maanden beschikbaar, waar hij meer zelfstandigheid krijgt met begeleiding.

De ouders en [minderjarige] stemmen in met het verzoek. De moeder is niet verschenen, maar correct opgeroepen. De kinderrechter stelt vast dat ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen de ontwikkeling naar volwassenheid belemmeren en dat gesloten verblijf noodzakelijk is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de hulp.

Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven. De behandeling is reeds gestart voor de meerderjarigheid en er is een hulpverleningsplan. Terugplaatsing naar ouders of open groep is niet in het belang van [minderjarige] vanwege trauma en hechtingsproblematiek. De machtiging wordt verleend voor de periode van 18 januari tot 18 april 2026.

De beschikking is op 14 januari 2026 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter M.A. van der Laan-Kuijt. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na kennisname, waarvoor een advocaat nodig is.

Uitkomst: Machtiging verleend voor gesloten jeugdhulp na meerderjarigheid voor drie maanden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/712495 / JE RK 25-2697
Datum uitspraak: 14 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp na meerderjarigheid
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. W.J.J. Trooster, kantoorhoudende te Vlaardingen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader],
hierna te noemen: de moeder en de vader, tezamen te noemen: de ouders, wonend in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 29 december 2025, ontvangen op diezelfde datum;
  • de afsluitrapportage van de GI van 8 januari 2026, ontvangen op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • [minderjarige] met zijn advocaat;
  • de vader;
- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2] .
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de begeleider van [minderjarige] .
1.5.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover voorafgaand aan de zitting in het bijzijn van zijn advocaat een gesprek gevoerd met de kinderrechter.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft op een gesloten groep van [naam instelling] in [plaatsnaam] .
2.3.
Bij beschikking van 29 juli 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot aan zijn meerderjarigheid, te weten tot 18 januari 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter ook een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie van jeugdhulp verleend tot aan zijn meerderjarigheid, te weten tot 18 januari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in accommodatie voor gesloten jeugdhulp vanaf zijn meerderjarigheid voor de duur van drie maanden.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. [minderjarige] verblijft op dit moment op een gesloten groep van [naam instelling] , waar hij positieve stappen zet. Binnen maximaal drie maanden is voor [minderjarige] een plek beschikbaar bij de volwassenenlocatie Hietveld van [naam instelling] (hierna: Hietveld). Hier zal hij meer zelfstandigheid krijgen om zich te kunnen ontwikkelen naar volwassenheid, maar er is waar nodig wel begeleiding beschikbaar. Een tussentijdse terugplaatsing van [minderjarige] bij de ouders of een overplaatsing van [minderjarige] naar een open groep is niet in zijn belang. Het verblijf van [minderjarige] op de gesloten groep van [naam instelling] dient ter overbrugging te worden gecontinueerd.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens [minderjarige] wordt tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het verzoek van de GI. [minderjarige] ontwikkelt zich positief op de gesloten groep van [naam instelling] en wil hier blijven totdat voor hem een plek beschikbaar is bij Hietveld.
4.2.
De vader stemt tijdens de mondelinge behandeling in met het verzoek van de GI. De ouders en [minderjarige] zijn op bezoek geweest bij Hietveld. Het is positief dat [minderjarige] hier meer zelfstandigheid krijgt en dat begeleiding waar nodig beschikbaar is.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1] De kinderrechter is daarnaast van oordeel dat is voldaan aan de gronden in de wet voor het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp na het bereiken van meerderjarigheid. [2]
5.2.
[minderjarige] verblijft op dit moment op een gesloten groep van [naam instelling] , waar hij positieve stappen zet. De huidige behandeling van [minderjarige] is reeds aangevangen voordat de leeftijd van achttien jaar is bereikt en er is een hulpverleningsplan vastgesteld. Hieruit blijkt dat toegewerkt wordt naar een andere vorm van jeugdhulp dan gesloten jeugdhulp, namelijk een overplaatsing van [minderjarige] naar Hietveld. Naar verwachting komt hier voor hem binnen drie maanden een plek vrij. Een tussentijdse terugplaatsing van [minderjarige] bij de ouders of een overplaatsing van [minderjarige] naar een open groep is, gelet op zijn trauma en hechtingsproblematiek, niet in zijn belang. Het verblijf van [minderjarige] op de gesloten groep van [naam instelling] dient ter overbrugging te worden gecontinueerd. [minderjarige] heeft hier, zowel schriftelijk als tijdens de mondelinge behandeling, mee ingestemd.
5.3.
De kinderrechter machtigt de de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, vanaf zijn meerderjarigheid voor de duur van drie maanden.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 18 januari 2026 tot 18 april 2026.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 22 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).
2.Artikel 6.1.2, vierde lid, Jeugdwet (Jw).