ECLI:NL:RBROT:2026:1053

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
C/10/711034 / JE RK 25-2488
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige tot 17 december 2026

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige tot een jaar, met als doel de situatie verder te monitoren en hulpverlening voort te zetten.

De moeder heeft zich de afgelopen periode hard ingezet, met positieve effecten op het welzijn van de minderjarige. De vader is wisselend betrokken en erkent zijn aandeel in de zorgen niet, wat de situatie bemoeilijkt. Het contact tussen vader en kind is hersteld, maar de duurzaamheid daarvan is onzeker.

De kinderrechter waardeert de inzet van de moeder en de betrokken jeugdbeschermer, benadrukt het belang van verantwoordelijkheid bij de vader en besluit de ondertoezichtstelling te verlengen tot 17 december 2026, gelijklopend met die van de broer en zus van de minderjarige. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 17 december 2026 en de beschikking is direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/711034 / JE RK 25-2488
Datum uitspraak: 26 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.M.F. Prickartz, kantoorhoudende te Schiedam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, zonder vaste woon- of verblijfplaats.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 1 december 2025, ontvangen op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met mr. J. van der Stel (waarnemend voor mr. E.M.F. Prickartz);
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam] .
1.3.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
Bij beschikking van 14 juli 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 4 februari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling, maar gaat desgevraagd akkoord met een verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 17 december 2026, zodat dit gelijkloopt met de ondertoezichtstelling van haar broer en zus. De moeder heeft zich de afgelopen periode hard ingezet om in het belang van haar kinderen positieve stappen te zetten. Zij staat open voor de inzet van hulpverlening, werkt goed samen en is gemotiveerd om hiermee verder te gaan. De stappen die de moeder de afgelopen periode heeft gezet hebben een positief effect op [minderjarige] . Wel bestaan er nog zorgen om de wisselende betrokkenheid en medewerking van de vader. Het contact tussen de vader en [minderjarige] is weer opgestart en ook het contact tussen de moeder en de vader lijkt op dit moment beter te verlopen, maar of dit blijvend is moet nog worden bezien. De vader (h)erkent zijn aandeel rondom de zorgen om [minderjarige] niet en staat niet open voor de inzet van individuele hulpverlening, wat de situatie lastiger maakt. De betrokkenheid van de GI is de aankomende periode nog nodig om de situatie verder te monitoren en de moeder te ondersteunen in wat zij en de kinderen nodig hebben. De zorgelijke relatie tussen de moeder en de vaders van de andere kinderen wordt hierbij ook in de gaten gehouden, nu dit effect heeft op het welzijn en de ontwikkeling van alle kinderen.
4.2.
Door en namens de moeder wordt ingestemd met het verzoek van de GI. De moeder heeft zich de afgelopen periode hard ingezet om in het belang van haar kinderen de juiste keuzes te maken. Zij heeft haar traumatherapie afgerond, heeft beschikking over haar eigen woning en geld, doet aan vrijwilligerswerk en wil starten met een arbeidsontwikkelingstraject. De relatie tussen de moeder en de vaders van de andere kinderen is niet verbeterd, maar de relatie tussen de moeder en de vader van [minderjarige] wel. Wanneer de vader [minderjarige] wil zien vraagt hij dit aan de moeder. Wanneer dit uitkomt, komt hij haar ophalen en wanneer dit niet uitkomt, accepteert hij dat. De moeder hoopt dat de relatie met de vader nog meer kan verbeteren. Zij begrijpt wel dat het belangrijk is om zichzelf en de kinderen voorop te stellen en niet meer te accepteren dat mannen haar slecht behandelen. De betrokkenheid van de GI is nodig om hierin krachtiger te worden.

5.De beoordeling

5.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de moeder de afgelopen periode hard heeft gewerkt om in het belang van haar kinderen de juiste keuzes te maken. De positieve stappen die de moeder heeft gezet en blijft zetten, hebben een merkbaar positief effect op het welzijn en de ontwikkeling van [minderjarige] , alsook op de andere kinderen. De zorgen om het welzijn en de ontwikkeling van [minderjarige] volgen dan ook niet uit het handelen van de moeder, maar uit de wisselende betrokkenheid en medewerking van de vader en de zorgelijke relatie tussen de moeder en de vaders van de andere kinderen. Het contact tussen de vader en [minderjarige] is weer gestart en de relatie tussen de moeder en de vader is verbeterd, maar of dit blijvend is moet nog worden bezien. De betrokkenheid van de GI is noodzakelijk om de situatie te blijven monitoren en de reeds ingezette hulpverlening voort te zetten.
5.2.
In aanvulling op het verloop van de zitting stelt de kinderrechter bij deze ook op schrift wat zij daar met de moeder heeft besproken. De moeder heeft in het verleden moeite gehad de juiste partner te kiezen. Zij gaf – in de woorden van de kinderrechter – aan van een uitdaging of een project te houden. Dat heeft niet goed uitgepakt in haar liefdesleven. Ook zijn haar kinderen tekortgekomen door de keuze voor een man die niet overtuigend goed voor haar was. Het lijkt erop dat de moeder nu is gaan begrijpen dat ze heel veel beter verdient dan een man die slechts half moeite doet of niet begrijpt dat er iets van hem verwacht wordt wanneer hij deelneemt aan het leven van de moeder en haar kinderen. Nog belangrijker is het dat de moeder begrijpt dat er iets heel moois gebeurt als zij voor zichzelf kiest en haar eigen leven en ontwikkeling tot project en uitdaging maakt. Zij is de afgelopen periode veel meer in haar onafhankelijke kracht komen te staan, omdat zij de urgentie begrijpt van het maken van de juiste keuzes. Door zélf sterker te worden, kan zij de moeder zijn die de kinderen – in dit geval [minderjarige] – verdienen en creëert zij een situatie waarin rust en duidelijkheid overheersen, omdat zij regie voert op haar leven en dat van de kinderen. De radicale zelfkennis die de moeder de afgelopen tijd heeft opgedaan, zegt alles over de kracht die in haar schuilt. Dat zou ook van de vaders – in dit geval de vader van [minderjarige] – verwacht mogen worden. In plaats daarvan is het vooral de moeder die al het werk verricht om de situatie recht te trekken. Het is belangrijk dat de moeder de komende tijd niet in een zwak moment toch net een verkeerde keuze maakt. Zoals besproken sluit “een zwak hebben voor iemand” niet uit dat een zekere afstand bewaard moet worden. Dat kan prima samengaan. De man moet het waard zijn om naast de moeder te mogen staan en hij moet bereid zijn daarvoor te werken, vooral aan zichzelf. Wanneer hier twijfel over bestaat, is dat het antwoord. De kinderrechter hecht eraan nogmaals te benadrukken dat zij heel trots is op de moeder, omdat alle keuzes die zij aan het maken is ertoe leiden dat zij haar eigenwaarde terugvindt. Daarmee wordt zij de moeder die de kinderen, in dit geval [minderjarige] , verdienen. Daarbij mag zeker niet onvermeld blijven dat de vaste jeugdbeschermer van het gezin uitstekend aanvoelt welke benadering recht doet aan de problemen waarvoor de moeder zich gesteld ziet. De kinderrechter spreekt nadrukkelijk haar waardering uit voor de inzet van deze jeugdbeschermer en de wijze waarop zij de moeder tot vertrouwen in zichzelf heeft gebracht.
5.3.
De zorgelijke en wisselende betrokkenheid dan wel afstandelijkheid van de drie vaders in dit gezin is complex. De kinderrechter is teleurgesteld dat de vader niet op de zitting is verschenen. Sinds kort is sprake van contactherstel tussen de vader en [minderjarige] . De vader weet zelf ook dat dat met de nodige uitdagingen gepaard gaat. Hij had daarom naar de zitting moeten komen om daarover te praten. Dat is een kwestie van verantwoordelijkheid dragen. De kinderrechter is benieuwd wie de vader is als hij, net als de moeder, het dragen van verantwoordelijkheid als belangrijkste drijfveer in zijn leven aanneemt.
5.4.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter ziet wel aanleiding om de ondertoezichtstelling te verlengen voor een kortere duur dan is verzocht, zodat deze gelijk loopt met de ondertoezichtstelling van de broer en zus van [minderjarige] . De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] daarom verlengen tot 17 december 2026 en het overig verzochte afwijzen.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 17 december 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2026 door mr. S.J. Huizenga, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 3 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.