Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaardingen van 7 en 9 oktober 2025, met bijlagen;
- de samenvatting van de mondelinge reactie namens [gedaagde];
- de brief van Dream van 13 november 2025;
- de rolbeslissing van 21 november 2025.
Rechtbank Rotterdam
De huurder [gedaagde] huurde tot augustus 2023 een bedrijfsruimte van Dream Industrial Netherlands Propco 5 B.V. Bij het einde van de huurovereenkomst was er een huurachterstand. Na een betalingsregeling die vanaf februari 2025 niet werd nagekomen, eiste Dream betaling van € 18.647,09, een contractuele boete van € 1.500,- en buitengerechtelijke incassokosten van € 961,47.
De huurder betwistte de hoogte van de achterstand, maar gaf geen onderbouwing ondanks gelegenheid daartoe. De kantonrechter oordeelde dat Dream voldoende inzicht had gegeven in de berekening en veroordeelde de huurder tot betaling van de volledige achterstand, boete en incassokosten met wettelijke rente.
De eis tot verstrekking van financiële gegevens werd afgewezen omdat deze te onduidelijk was en Dream onvoldoende had toegelicht welke gegevens zij verlangde. Tevens werd overwogen dat Dream met een executoriale titel al voldoende middelen heeft om betaling af te dwingen.
De proceskosten van € 2.330,04 werden aan de huurder opgelegd met rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd, ook bij hoger beroep.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, boete en incassokosten, terwijl de eis tot verstrekking van financiële gegevens wordt afgewezen.