ECLI:NL:RBROT:2026:1086

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
11926561 CV EXPL 25-21942
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing huurachterstand met boete en incassokosten, geen verstrekking financiële gegevens

De huurder [gedaagde] huurde tot augustus 2023 een bedrijfsruimte van Dream Industrial Netherlands Propco 5 B.V. Bij het einde van de huurovereenkomst was er een huurachterstand. Na een betalingsregeling die vanaf februari 2025 niet werd nagekomen, eiste Dream betaling van € 18.647,09, een contractuele boete van € 1.500,- en buitengerechtelijke incassokosten van € 961,47.

De huurder betwistte de hoogte van de achterstand, maar gaf geen onderbouwing ondanks gelegenheid daartoe. De kantonrechter oordeelde dat Dream voldoende inzicht had gegeven in de berekening en veroordeelde de huurder tot betaling van de volledige achterstand, boete en incassokosten met wettelijke rente.

De eis tot verstrekking van financiële gegevens werd afgewezen omdat deze te onduidelijk was en Dream onvoldoende had toegelicht welke gegevens zij verlangde. Tevens werd overwogen dat Dream met een executoriale titel al voldoende middelen heeft om betaling af te dwingen.

De proceskosten van € 2.330,04 werden aan de huurder opgelegd met rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, boete en incassokosten, terwijl de eis tot verstrekking van financiële gegevens wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11926561 CV EXPL 25-21942
datum uitspraak: 6 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Dream Industrial Netherlands Propco 5 B.V.,
vestigingsplaats: Amsterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. J.E. Soomers,
tegen
[gedaagde],
vestigingsplaats: Amsterdam,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [naam 1] en [naam 2].
De partijen worden hierna ‘Dream’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaardingen van 7 en 9 oktober 2025, met bijlagen;
  • de samenvatting van de mondelinge reactie namens [gedaagde];
  • de brief van Dream van 13 november 2025;
  • de rolbeslissing van 21 november 2025.
1.2.
In de rolbeslissing heeft [gedaagde] de gelegenheid gekregen om te reageren. Dat heeft zij niet gedaan.

2.De beoordeling

Kern van de zaak
2.1.
[gedaagde] huurde tot en met augustus 2023 een bedrijfsruimte van Dream. Bij het einde van de huurovereenkomst had zij een betaalachterstand. Dream en [gedaagde] hebben vervolgens een betalingsregeling afgesproken. Volgens Dream is [gedaagde] die regeling vanaf februari 2025 niet meer nagekomen. Er staat volgens haar nog een bedrag van € 18.647,09 open.
2.2.
Dream eist dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de achterstand te betalen, met € 1.500,- aan contractuele boete en € 961,47 aan buitengerechtelijke kosten. Ook eist ze dat [gedaagde] wordt veroordeeld om gegevens over haar financiële situatie te verstrekken, op straf van een dwangsom.
2.3.
[gedaagde] is het niet eens met de eis. Volgens haar klopt de achterstand niet.
[gedaagde] moet € 18.647,09 aan achterstand betalen
2.4.
Dream heeft in de dagvaarding duidelijk gemaakt hoe zij de betaalachterstand heeft berekend. In bijlage 6 en 7 bij de dagvaarding is te zien welke huur zij heeft gerekend en welke betalingen zijn verwerkt.
2.5.
[gedaagde] heeft aangegeven dat het overzicht niet klopt. De kantonrechter heeft haar de gelegenheid gegeven om duidelijk te maken wat er niet klopt en wat de achterstand volgens haar dan is. [gedaagde] heeft dat niet gedaan.
2.6.
Omdat [gedaagde] haar verweer niet heeft onderbouwd en Dream voldoende inzicht heeft gegeven in hoe hoog de vordering is, oordeelt de kantonrechter dat vaststaat dat er een betaalachterstand van € 18.647,09 is. [gedaagde] wordt veroordeeld om die te betalen.
[gedaagde] moet € 1.500,- aan contractuele boete betalen
2.7.
In de algemene voorwaarden staat dat [gedaagde] een boete moet betalen als zij de huur niet op tijd betaalt (artikel 18.2). Dream eist een boete van € 1.500,-. Deze is niet door [gedaagde] betwist en wordt daarom toegewezen. De rente over dit bedrag wordt toegewezen vanaf twee dagen na dit vonnis, zoals Dream eist, dus vanaf 8 februari 2026 (artikel 6:119 BW Pro).
[gedaagde] moet € 961,47 aan buitengerechtelijke kosten betalen
2.8.
Dream heeft geprobeerd buiten de rechter om ervoor te zorgen dat [gedaagde] alsnog betaalt. Zij heeft recht op een vergoeding van de kosten die ze daarvoor heeft gemaakt (artikel 6:96 BW Pro). De geëiste vergoeding van € 961,47 is berekend volgens de wet en wordt daarom toegewezen (Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten). De rente hierover wordt toegewezen vanaf twee dagen na dit vonnis, zoals Dream eist, dus vanaf 8 februari 2026 (6:119 BW).
De eis over de financiële gegevens wordt afgewezen
2.9.
Dream eist ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld om ‘gegevens over de financiële situatie van [gedaagde] te verstrekken’. Die eis baseert ze op een betalingsregeling die de partijen volgens haar hebben afgesproken. De kantonrechter wijst deze eis af, omdat die te onduidelijk is. Dream heeft namelijk niet concreet gemaakt welke gegevens zij bedoelt. Dat blijkt ook niet uit de betalingsregeling (bijlage 4). Ten overvloede wordt nog overwogen dat het ook de vraag is of de regeling is komen te vervallen en welk belang Dream heeft bij financiële gegevens als zij over een executoriale titel (door middel van dit vonnis) beschikt.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.10.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Dream moet betalen op € 148,04 aan dagvaardingskosten, € 1.461,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.330,04. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis, dus 21 februari 2026.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.11.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Dream dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Dream te betalen € 21.108,56 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 2.461,47 vanaf 8 februari 2026, tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Dream worden begroot op € 2.330,04 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf 21 februari 2026 tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken.
33394