ECLI:NL:RBROT:2026:1091

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
ROT 26/566
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:10 APV Nissewaard
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder bestuursdwang voor kamperen in openbaar groen

Verzoeker verblijft met een tent in de bosjes nabij de waterzuivering aan de Papendijk 4 in Spijkenisse, een openbaar gebied waarvoor geen vergunning is verleend. Het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard heeft op 16 december 2025 een last onder bestuursdwang opgelegd om de tent te verwijderen, omdat het gebruik van de openbare plaats niet overeenkomt met de publieke functie ervan.

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit niet uit te voeren. De voorzieningenrechter beoordeelt eerst het spoedeisend belang en erkent dat verzoeker dak- en thuisloos is en nog geen passende opvang heeft gevonden, waardoor een spoedeisend belang aanwezig is.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het college bevoegd is tot handhaving op grond van artikel 2:10, eerste lid, van de APV Nissewaard. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die afzien van handhaving rechtvaardigen, zoals zicht op legalisatie of disproportionaliteit. De situatie van verzoeker is schrijnend, maar onvoldoende om de handhaving te schorsen.

De voorzieningenrechter benadrukt dat het college een zorgplicht heeft om verzoeker passende opvang te bieden tot de beslissing op bezwaar, maar wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Het college mag het besluit uitvoeren en verzoeker moet de tent verwijderen.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, waardoor het college handhavend mag optreden en verzoeker zijn tent moet verwijderen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/566

uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 februari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], uit Spijkenisse, verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard, het college

(gemachtigden: [naam] en mr. K. Krastman).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over een overtreding van de Algemene plaatselijke verordening (APV). Het college heeft hier handhavend tegen opgetreden. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen, of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 16 december 2025 heeft het college aan verzoeker een last onder bestuursdwang opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
Op 28 januari 2026 heeft verzoeker nadere stukken ingediend.
2.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 29 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben verzoeker en de gemachtigden van het college deelgenomen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?
Naar aanleiding van meldingen hebben twee toezichthouders op 25 november 2025 een controlebezoek gebracht op locatie aan het Allemanspad, op een stuk groen met bosjes ten oosten van de waterzuivering aan de Papendijk 4 in Spijkenisse. Bij dit bezoek is vastgesteld dat in die bosjes een tent staat waarin verzoeker verblijft. Daarnaast is in een straal van 20 meter rondom de tent afval aangetroffen. Volgens het college is sprake van een overtreding van artikel 2:10, eerste lid, van de APV Nissewaard, omdat verzoeker geen vergunning heeft om een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. De tent staat in de bosjes in openbaar gebied. Dit gebied is niet bedoeld om in te verblijven. Daarmee wordt een openbare plaats anders dan overeenkomstig de publieke functie ervan gebruikt. Het college wil dat verzoeker de overtreding beëindigt. Op 10 december 2025 heeft het college een voornemen voor het nemen van een handhavingsbesluit genomen. Nadat verzoeker op 12 december 2025 een zienswijze had ingediend, heeft het college het bestreden besluit genomen. Het college heeft bepaald dat verzoeker zijn tent vóór 24 december 2025 blijvend moet verwijderen en niet op een andere plek binnen de gemeente in een tent mag verblijven. Hierna heeft het college nogmaals geconstateerd dat verzoeker in de bosjes in een tent verblijft. Verzoeker is het niet eens met het bestreden besluit. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat dit besluit niet ten uitvoer wordt gelegd.
Spoedeisend belang
3. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te beoordelen of sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
4. Verweerder heeft het spoedeisend belang betwist, omdat het bestreden besluit op 16 december 2025 aan verzoeker is uitgereikt, waarna hij binnen de begunstigingstermijn met tent is vertrokken uit de bosjes en pas op 20 januari 2026 een verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij zich heeft ingeschreven voor de maatschappelijke opvang in de gemeente Nissewaard, maar dat nog geen geschikte plek voor hem is gevonden. Ook staat hij ingeschreven bij meerdere beschermd wonen locaties onder een forensische zorgtitel via de reclassering. Daar is op dit moment ook nog geen plek voor verzoeker beschikbaar. Verzoeker is momenteel dak- en thuisloos. De voorzieningenrechter ziet hierin een voldoende spoedeisend belang.
Is er sprake van een overtreding?
5. Op basis van artikel 2:10, eerste lid, van de APV Nissewaard is het verboden om zonder vergunning een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie ervan. Partijen zijn het erover eens dat verzoeker met het plaatsen van een tent en het kamperen in de bosjes naast de waterzuivering in strijd handelt met dit verbod en daarmee de bosjes anders gebruikt dan de publieke functie die deze bebossing heeft. Het college was dus bevoegd om handhavend op te treden.
Moet het college afzien van handhaving?
6. Bij handhaving geldt het algemeen belang dat daarmee is gediend. In dit geval is dat onder meer het belang van het correct gebruik van de buitenruimte en het voorkomen van precedentwerking door verkeerd gebruik ervan. Het college moet in beginsel gebruik maken van een bevoegdheid tot handhaving. Alleen bij bijzondere omstandigheden mag van het college worden verlangd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen als concreet zicht op legalisatie bestaat. Handhavend optreden kan verder onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen doelen, zodat van optreden in die concrete situatie moet worden afgezien.
7. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn er in dit geval geen bijzondere omstandigheden die maken dat van handhaving dient te worden afgezien. Er is geen zicht op legalisatie, alleen al omdat het college niet wil meewerken aan legalisatie van deze situatie. Het is verder niet gebleken dat sprake is van onevenredig optreden met handhaving. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is verzoekers situatie niet zodanig onderscheidend van andere daklozen dat van handhaving moet worden afgezien. De door verzoeker genoemde omstandigheden, dat hij zich heeft ingeschreven voor de maatschappelijke opvang, voor beschermd wonen en recent via Woonnet Rijnmond en dat er vooralsnog nergens een plek is, leiden niet tot een andere conclusie. De voorzieningenrechter begrijpt dat verzoekers situatie schrijnend is, en uit het dossier komt ook naar voren dat verzoeker zich inspant om weer onderdak te krijgen, maar dat is onvoldoende om een voorlopige voorziening te treffen in de vorm van schorsing van het bestreden besluit. Die voorziening zou namelijk concreet inhouden dat verzoeker in de gemeente zijn tent mag blijven opzetten. Met het college is de voorzieningenrechter van oordeel dat dit een onwenselijke situatie is. Hoewel verzoeker betwist dat het zijn afval is, is op de foto’s in het dossier te zien dat er bij beide controle bezoeken erg veel afval lag direct rondom de tent van verzoeker (waaronder lege drankflessen), wat kan leiden tot bodemverontreiniging, een rommelige aanblik geeft en, nu de tent zichtbaar is vanaf het nabij liggende fietspad, afbreuk doet aan het veiligheidsgevoel van passanten. Bovendien kan het opzetten van een tent in de publieke ruimte leiden tot ongewenste precedentwerking.
8. De voorzieningenrechter hecht er echter wel aan om op te merken dat de situatie dat verzoeker dakloos is, erg onwenselijk is en het op de weg van het college ligt om zich ervoor in te spannen dat verzoeker, in ieder geval tot de beslissing op bezwaar, een dak boven het hoofd wordt aangeboden, in bijvoorbeeld een daklozenopvang, een slaapplaats bij een organisatie, of bijvoorbeeld in de vorm van verblijf in een hostel, hotel of op een camping. De voorzieningenrechter volgt niet het standpunt van het college dat de reclassering verantwoordelijk is voor het vinden van onderdak voor verzoeker. Ook laat de omstandigheid dat opvangplekken in Nissewaard vol zitten, de zorgplicht van het college (de gemeente) onverlet. De door het college aangeboden winteropvang bij een temperatuur onder de 2 graden Celsius of de aangeboden OV-chipkaart om te reizen naar een opvangplek in de gemeenten Rotterdam of de Hoekse Waard als de winteropvang in Nissewaard vol is, ziet de voorzieningenrechter niet als een passende oplossing, nog daargelaten dat niet bekend is of daar wèl plek is voor verzoeker.

Conclusie en gevolgen

9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het college vooralsnog handhavend mag optreden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.V. van Baaren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.