Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 januari 2026 in de zaak tussen
[naam verzoeker] , uit [plaats 1] , verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen
[naam vergunninghoudster]uit [plaats 2] (vergunninghoudster)
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Met het bestreden besluit heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het afwijken van het omgevingsplan. Het bestemmingsplan voorziet niet in een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. De omgevingsvergunning is daarom verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet. Met het bestreden besluit heeft het college ook een omgevingsvergunning verleend voor een technische bouwactiviteit. Het bestreden besluit is voorbereid met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure. [2]
Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening richten zich alleen tegen de omgevingsvergunning voor bouwblok 1. Verzoeker vreest aantasting van zijn woon- en leefklimaat en wijst daarbij vooral op aantasting van de privacy. Volgens hem is geen sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en heeft het college zijn belangen onvoldoende meegewogen.
Het gebouw heeft een ingang aan de Nieuwe Kerkstraat. De maisonnettes zijn bereikbaar via het centrale trappenhuis en de leefgalerij op de eerste verdieping. De deur tussen het trappenhuis en de leefgalerij bevindt zich tegenover de woning van verzoeker. Op de leefgalerij bevinden zich ook de privébuitenruimtes voor de maisonnettes.
De nieuwe bebouwing wordt ongeveer 11 m hoog. Dit is lager dan de maximale bouwhoogte uit het bestemmingsplan. De oude bebouwing was ter hoogte van de woning van verzoeker enkele meters lager dan wat het bestemmingsplan maximaal mogelijk maakte. In het bestreden besluit is afgeweken van het bouwvlak uit het bestemmingsplan. Hierdoor komt de nieuwe bebouwing op ongeveer 9 m van de grens van het perceel van verzoeker te staan. In de oude situatie was de afstand tot de perceelsgrens ongeveer 14 m.
In vergelijking met de situatie die het bestemmingsplan mogelijk maakt – waarbij in het verleden overigens niet alle bouwmogelijkheden daadwerkelijk zijn benut – is de vergunde situatie ongunstiger voor verzoeker. De woningen komen 5 m dichter bij de perceelsgrens te staan. Het aantal woningen wordt weliswaar niet veel groter, maar er komt een leefgalerij op de eerste verdieping van waaruit er zicht is op de tuin en de woning van verzoeker. Op de leefgalerij komen niet alleen buitenruimtes voor de maisonnettes direct tegenover de woning van verzoeker, maar ook een deur naar het trappenhuis en een looproute naar alle 13 maisonnettes in bouwblok 1. Dit heeft gevolgen voor de privacy van verzoeker. Daarnaast kan er hinder optreden door bijvoorbeeld geluid.
Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college deze gevolgen echter in redelijkheid aanvaardbaar kunnen achten, mede gelet op het stedelijke karakter van de omgeving. De resterende afstand tot de perceelsgrens is 9 m. De afstand tot de woning van verzoeker is nog aanzienlijk groter. Het college heeft voldoende toegelicht dat een leefgalerij aan de straatkant vanwege welstandseisen niet wenselijk is. Het hekwerk van de leefgalerij wordt voorzien van lamellen die ervoor zorgen dat personen die op de leefgalerij zitten geen zicht hebben op het perceel van verzoeker. Dit is vastgelegd in de omgevingsvergunning. Staande en lopende personen hebben vanaf de leefgalerij nog steeds zicht op het perceel van verzoeker, maar het college heeft het aannemelijk kunnen achten dat de personen die de leefgalerij als looproute naar hun woning gebruiken daar over het algemeen slechts kort zullen verblijven. Op de zitting is duidelijk geworden dat het college het planten van bomen in de gemeenschappelijke binnentuin niet ziet als noodzakelijke maatregel om de inbreuk op de privacy te beperken. Het planten van de bomen heeft een ander doel, namelijk compensatie voor het kappen van andere bomen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hoefde het college daarom in verband met de privacy van omwonenden geen verdere voorschriften over de bomen aan de omgevingsvergunning te verbinden. Ter zitting heeft vergunninghoudster wel toegezegd dat zij bereid is om bij het maken van een groenplan voor de binnentuin rekening te houden met de belangen van verzoeker.
Gelet hierop heeft het college zich naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen de vergunde afwijking van het omgevingsplan voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De voorzieningenrechter ziet daarom in zoverre geen reden om een voorlopige voorziening te treffen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgevingOmgevingswet
Artikel 5.1. (omgevingsvergunningplichtige activiteiten wet)
(…)
2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:
(…)
voor zover het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval.
(…)
Bijlage bij artikel 1.1 van deze wetA. BegrippenVoor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:(…)bouwactiviteit: activiteit inhoudende het bouwen van een bouwwerk;(…)buitenplanse omgevingsplanactiviteit: activiteit, inhoudende:
(…)
omgevingsplanactiviteit:activiteit, inhoudende:
(…)