ECLI:NL:RBROT:2026:128

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
11981629 VZ VERZ 25-6994
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:296 BWArt. 45 RvArt. 69 RvArt. 78 RvArt. 261 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot nakoming arbeidsovereenkomst afgewezen wegens onjuiste procedure

De kantonrechter te Rotterdam behandelde een verzoek van een werknemer die stelde dat haar arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig was geëindigd en vorderde betaling van salaris en vakantiegeld. De werknemer had een verzoekschrift ingediend, maar de kantonrechter oordeelde dat nakoming van een arbeidsovereenkomst niet via een verzoekschrift kan worden gevorderd, maar via een dagvaardingsprocedure.

De kantonrechter gaf de werknemer de gelegenheid om de werkgever alsnog met een exploot door een deurwaarder te laten oproepen en bepaalde dat de procedure voortgezet zal worden volgens de regels van de dagvaardingsprocedure. Indien de werknemer geen oproepingsexploot indient, zal zij niet-ontvankelijk worden verklaard en zal de zaak niet inhoudelijk worden beoordeeld.

De beschikking werd gegeven door mr. A.M. van Kalmthout en op 9 januari 2026 in het openbaar uitgesproken. De zaak is verwezen naar de rolzitting van 5 februari 2026.

Uitkomst: Verzoek tot nakoming arbeidsovereenkomst afgewezen wegens onjuiste procedure; eisende partij moet werkgever dagvaarden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11981629 VZ VERZ 25-6994
datum uitspraak: 9 januari 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster],
woonplaats: Leidschendam,
verzoekster,
gemachtigde: [naam],
tegen
Meditime B.V.,
vestigingsplaats: Capelle aan den IJssel,
verweerster,
die (nog) niet is opgeroepen.
De partijen worden hierna ‘ [verzoekster] ’ en ‘Meditime’ genoemd.

1.De beoordeling

1.1.
Op 24 juli 2025 heeft [verzoekster] een verzoekschrift ingediend bij de kantonrechter in Den Haag. Die heeft zich op 8 augustus 2025 onbevoegd verklaard en de zaak verwezen naar rechtbank Rotterdam. Op 24 november 2025 heeft de kantonrechter de zaak (pas) ontvangen.
1.2.
[verzoekster] stelt in het verzoekschrift het volgende. [verzoekster] was op basis van een arbeidsovereenkomst met ingang van 22 januari 2025 in dienst bij Meditime. Zij heeft in januari 2025 een document getekend dat als “overeenkomst van uitdiensttreding” is aangeduid. Dit document was op een aantal essentiële punten, waaronder de einddatum van het dienstverband, nog niet ingevuld. Meditime heeft na ondertekening door [verzoekster] onder meer als datum van beëindiging van het dienstverband “30 april 2025” ingevuld. Volgens Meditime is op grond van dit document de arbeidsovereenkomst geëindigd per 30 april 2025. [verzoekster] is het daar niet mee eens. Zij verzoekt de kantonrechter om voor recht te verklaren dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd. Ook verzoekt zij de kantonrechter om Meditime te veroordelen het salaris van mei en juni 2025, met wettelijke verhoging, en vakantiegeld vanaf 22 januari 2025 te betalen, met wettelijke rente.
1.3.
De verzoeken van [verzoekster] komen er op neer dat zij eist dat Meditime de arbeidsovereenkomst nakomt (artikel 3:296 BW Pro). Uit de wet blijkt niet dat [verzoekster] dit met een verzoekschrift kan vragen. Daarom moet dat met een dagvaarding (artikel 78 en Pro 261 Rv). [verzoekster] heeft dus een verkeerd processtuk gebruikt.
1.4.
De kantonrechter geeft [verzoekster] de gelegenheid om Meditime alsnog met een exploot door de deurwaarder te laten oproepen (artikel 45 Rv Pro). Ook bepaalt de kantonrechter dat de procedure wordt voortgezet als dagvaardingsprocedure. [verzoekster] mag haar stellingen aanpassen aan de regels die gelden voor die procedure (artikel 69 Rv Pro).
1.5.
Als de kantonrechter op de datum die onder de beslissing staat geen oproepingsexploot van [verzoekster] heeft ontvangen, wordt [verzoekster] niet ontvankelijk verklaard. De zaak wordt dan niet inhoudelijk beoordeeld.

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van
donderdag 5 februari 2026 om 11.30 uurwaarvoor [verzoekster] Meditime met een exploot moet oproepen;
2.2.
bepaalt dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;
2.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
33394