De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van twee jonge jongens, geboren in 2022 en 2024, die bij hun moeder wonen. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar de opvoedsituatie is onrustig en instabiel. De kinderen vertonen zorgelijk gedrag, zoals angst en driftbuien, en er is een gebrek aan rust en stabiliteit die nodig is voor hun ontwikkeling.
De vrijwillige hulpverlening heeft geen positieve verandering gebracht, waardoor gedwongen hulpverlening noodzakelijk wordt geacht. De ouders zijn kwetsbaar en onvoldoende in staat om de ontwikkelingsbedreiging zelfstandig weg te nemen. De vader heeft beperkt contact met de kinderen en de communicatie tussen ouders verloopt moeizaam, wat het maken van gezamenlijke beslissingen bemoeilijkt.
De gecertificeerde instelling en de moeder ondersteunen het verzoek. De vader twijfelt, maar erkent de problematiek. De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan en dat een onafhankelijke jeugdbeschermer de regie moet voeren om de situatie te verbeteren. De beschikking wordt voor de duur van een jaar gegeven en is direct uitvoerbaar.