Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1],
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 april 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van Woonplus;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van gedaagden.
Rechtbank Rotterdam
De huurder [gedaagde 1] huurt sinds 2014 een woning van Stichting Woonplus. Woonplus vermoedt dat hij niet meer zijn hoofdverblijf in de woning heeft, mede omdat zijn vrouw en kinderen in een koopwoning elders wonen en verklaringen van omwonenden aangeven dat ook hij daar verblijft. Daarnaast zijn er meerdere inwoningsverzoeken en verzoeken tot huurbetaling vanaf andere bankrekeningen ontvangen. Tijdens huisbezoeken bleek dat een derde, [gedaagde 3], de grootste slaapkamer in gebruik had.
Woonplus vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De huurder stelt dat hij een latrelatie onderhoudt en afwisselend in beide woningen verblijft, waarbij hij de huurwoning gebruikt als plek voor zichzelf. De kantonrechter stelt dat het hoofdverblijf de plaats is waar het persoonlijke leven zich hoofdzakelijk afspeelt en dat het aan de huurder is dit te onderbouwen.
De huurder heeft onvoldoende specifieke informatie gegeven over zijn feitelijke bewoning, zoals dagelijkse aanwezigheid, activiteiten, en betalingen in 2025. Gezien het gezin met jonge kinderen dat in de koopwoning woont, acht de kantonrechter aannemelijk dat het hoofdverblijf niet in de huurwoning is. Het gebruik van de huurwoning als uitvalsbasis is onvoldoende om het hoofdverblijf aan te nemen.
De huurovereenkomst wordt ontbonden op grond van het ontbreken van het hoofdverblijf, en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en tot betaling van een gebruiksvergoeding van €706,54 per maand tot ontruiming. De kantonrechter wijst de overige vorderingen af, waaronder de subsidiaire vorderingen tegen de andere gedaagden en de vergoeding van ontruimingskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de huurder draagt de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens ontbreken hoofdverblijf en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van gebruiksvergoeding.