ECLI:NL:RBROT:2026:1340
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten na gewenste verhuizing
Eiseres, een alleenstaande moeder met twee minderjarige kinderen, verhuisde bewust van Zwolle naar Rotterdam vanwege de wens voor een grotere woning. Zij vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten, omdat zij bij de verhuizing geen meubels had en slechts met twee koffers kwam.
Het college wees de aanvraag af omdat de verhuizing voorzienbaar was en de kosten van inrichtingsgoederen als incidentele, algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan worden beschouwd die uit het bijstandsniveau moeten worden voldaan, bijvoorbeeld door reservering. Er was geen sprake van bijzondere omstandigheden die bijzondere bijstand rechtvaardigen.
Eiseres voerde aan dat het college het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel had geschonden, de hardheidsclausule had moeten toepassen en dat het evenredigheidsbeginsel en de maatschappelijke zorgplicht waren geschonden. De rechtbank oordeelde dat het college zorgvuldig had gehandeld, voldoende had gemotiveerd en dat de verhuizing een bewuste keuze was zonder acute noodzaak.
De rechtbank verwierp de beroepsgronden en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen bijzondere bijstand en ook geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M.V. van Baaren op 13 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt ongegrond verklaard.