ECLI:NL:RBROT:2026:1344

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
FT RK 25/1541 en FT RK 25/1543
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a FaillissementswetArt. 284 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot gedwongen schuldregeling wegens onvoldoende afloscapaciteit en onjuist VTLB

Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot toepassing van artikel 287a Faillissementswet om een dwangakkoord af te dwingen waarbij zij hun schuldeisers verzoeken hun vorderingen kwijt te schelden zonder uitdeling.

Tien schuldeisers stemden in met het voorstel, maar Engie en Anders Medical weigerden, stellende dat het aanbod niet het maximaal haalbare was en dat er geen medische onderbouwing was voor de vermeende onmogelijkheid tot werken. De rechtbank oordeelde dat het nulaanbod geen redelijk belang voor schuldeisers wegneemt en dat verzoekers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij niet in staat zijn om minimaal 36 uur per week te werken.

Daarnaast was de VTLB-berekening onjuist omdat geen rekening was gehouden met een tegemoetkoming inwonenden. Schuldhulpverlening had geen controleerbare nieuwe berekening overlegd. De belangen van de weigeraars wegen zwaarder dan die van verzoekers en overige schuldeisers, waardoor het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen.

De rechtbank zal in een afzonderlijke beslissing het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling behandelen.

Uitkomst: Verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van maximaal haalbaar aanbod en onjuiste VTLB-berekening.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 28 januari 2026
afwijzen gedwongen schuldregeling
in de zaak van:
[verzoeker 1]
en
[verzoeker 2],
wonende te [adres]
[postcode] [plaatsnaam],
verzoekers.

1.De procedure

Verzoekers hebben op 28 augustus 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om een drietal schuldeisers, te weten:
  • ENGIE Nederland Retail B.V., in behandeling bij LAVG, (hierna te noemen: Engie);
  • Anders Medical Factoring B.V., in behandeling bij LAVG (hierna te noemen: Anders Medical);
  • Gulf Gas & Power, in behandeling bij CreMan B.V.;
die weigeren mee te werken aan een door verzoekers aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Engie en Anders Medical hebben voorafgaand aan de zitting een verweerschrift ingediend.
Gulf Gas & Power heeft voorafgaande aan de zitting, bij e-mail van 9 januari 2026, aan de rechtbank te kennen gegeven alsnog in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. Het verzoek ten aanzien van Gulf Gas & Power wordt derhalve als ingetrokken beschouwd.
Ter zitting van 14 januari 2026 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoekers;
  • mevrouw L. Middelburg, de heer G. de Jong, mevrouw A. Zoughagh, allen werkzaam bij Geldplein (hierna te noemen: schuldhulpverlening).
De uitspraak is bepaald op heden.

2.Het verzoek

Verzoekers hebben volgens het ingediende verzoekschrift 12 schuldeisers. De Belastingdienst heeft 2 preferente en 2 concurrente vorderingen. Daarnaast zijn er nog 11 concurrente schuldeisers met 14 vorderingen. De schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 85.460,38 van verzoekers te vorderen.
Verzoekers hebben bij brief van 5 maart 2025 een schuldregeling aangeboden aan hun schuldeisers, die inhoudt dat geen uitdeling zal plaatsvinden aan de schuldeisers en waarbij aan de schuldeisers verzocht wordt de betreffende schulden kwijt te schelden.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekers is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van hun PW-uitkering. Verzoeker heeft van de uitkeringsinstantie een vrijstelling van de arbeidsplicht van 31 januari 2025 tot en met 31 december 2025. Ter zitting is namens verzoeker verklaard dat de medische klachten onverminderd aanwezig zijn. Hij is het afgelopen jaar ook tijdelijk opgenomen geweest in het ziekenhuis. Verzoekster heeft geen ontheffing van de sollicitatieplicht.
Verzoekers hebben zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke hebben gedaan om het aangeboden percentage aan hun schuldeisers aan te bieden. Verzoekers hebben sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en hun vaste lasten worden inmiddels door hun budgetbeheerder voldaan.
Tien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Engie en Anders Medical stemmen hier niet mee in. Zij hebben een vordering van respectievelijk € 3.896,09 en
€ 861,11 op verzoekers, welke 4,6% en 1% van de totale schuldenlast belopen.

3.Het verweer

In hun (gezamenlijk) verweerschrift hebben Engie en Anders Medical zich op het standpunt gesteld dat het verzoek dwangakkoord afgewezen dient te worden. Bij een voorstel van 0,0% is er voor de schuldeisers immers geen enkel belang om in te stemmen. Wanneer verzoekers zouden worden toegelaten tot de WSNP komen zij in een vergelijkbaar traject terecht, maar wel met betere waarborgen aan de schuldeisers om tot een uitdeling op hun vordering te komen. Daarnaast stellen Engie en Anders Medical zich op het standpunt dat het aanbod niet het maximaal haalbare is. Uit het voorstel en de VTLB-berekening blijkt dat er sprake is van twee meerderjarige kinderen, maar in het VTLB is geen rekening gehouden met een tegemoetkoming inwonenden. Daarnaast wordt bij het voorstel aangegeven dat verzoekers niet in staat zouden zijn om betaalde arbeid te verrichten omdat zij zouden kampen met gezondheidsproblemen. Medische onderbouwing of een ontheffing werd echter niet overgelegd.

4.De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Engie en Anders Medical bij hun weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Engie en Anders Medical in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekers of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekers in staat moeten worden geacht.
Het aanbod betreft een schuldregeling waarbij aan de schuldeisers verzocht wordt om hun vordering in het geheel kwijt te schelden. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is onvoldoende duidelijk geworden dat verzoekster niet in staat zou zijn om (minimaal) 36 uur per week te werken. Verzoekster heeft geen ontheffing van de sollicitatieplicht en volgt via haar werkcoach een traject waarbij ze begeleid wordt naar werk. Schuldhulpverlening heeft wel verklaard dat mogelijk ook gekeken wordt naar vrijwilligerswerk. De ontheffing voor verzoeker is geëindigd per 31 december 2025. Er is geen nieuwe ontheffing aangeleverd. De rechtbank kan dus niet zonder meer vaststellen dat de huidige afloscapaciteit van verzoekers blijvend is.
Daarnaast is in de vtlb-berekening ten onrechte geen rekening gehouden met een bedrag aan inkomsten vanuit een tegemoetkoming inwonenden. Ook wanneer de inwonende meerderjarige kinderen geen daadwerkelijke bijdrage leveren, dient alsnog aangesloten te worden bij (in dit geval) het bedrag aan gederfde huurtoeslag. Schuldhulpverlening heeft verklaard dat zij een nieuwe berekening heeft gemaakt met de tegemoetkoming inwonenden, maar dat ook dan geen sprake zou zijn van afdrachtcapaciteit. Schuldhulpverlening heeft echter nagelaten een proefberekening van de toeslagen en een nieuw VTLB over te leggen, waardoor dit voor de rechtbank niet te controleren is.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van Engie en Anders Medical als weigerende schuldeisers zwaarder wegen dan die van verzoekers of de overige schuldeisers. Het verzoek om Engie en Anders Medical te bevelen in te stemmen met de door verzoekers aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen.
De rechtbank zal bij afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom, rechter, en in aanwezigheid van mr. N.A. Masrom, griffier, in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.